zaterdag 29 oktober 2016

Griezelige Zwarte kat .........

Wel eens iets gelezen op Historiek.net?  Ik ben er op geabonneeerd. Zeer de moeite waard. Je krijgt gratis de nieuwsbrief met alle mogelijke interessante weetjes uit het verleden. Belangrijk! Want je weet toch nog wat Bilderdijk schreef. Ik vertaal het een beetje eigentijds: ‘In het verleden ligt het heden, in het nu wat komen zal’. We kunnen echt niet zonder het verleden om onze eigen tijd te snappen. Er stond deze week een aardig stukje in over Halloween. Dat deed mij denken aan een verhaaltje over mijn opa en oma: Jan van Son en in een ander verhaaltje Leentje Kools, die kiespijn kon weghalen. Dat laatste heb ik al eens verteld. Bij dat andere verhaal, een oud volksverhaal uit 1957 staat een zwarte kat centraal. De mensen van die tijd waren, -en dat had niets met Halloween te maken- doodsbang van een zwarte kat. Een mooi tijdsbeeld dat verhaal, opgetekend in ‘Volksverhalen uit Noord-Brabant’
Ik laat de vertelster aan het woord:” Ik was getrouwd en ik woonde op de Bavelseweg; mijn moeder was bij mij in of ik bij moeders in, zo as ge 't noemen wilt, zo was 't eigenlijk wel, en ik had een kleintje en dat was zo wat een half jaar oud. Herhaaltje kabbelt zo’n beetje door en dan .....
Ons Marieke wier 's nachts wakker en schreeuwen en trekken mee ermpjes en beentjes, en die wier maar door die wieg getrokken. Nou zulde zeggen, ja, geloof het niet. Ik moest het geloven, want ik zag het! En toen op enne nacht, 't had al zo lang geduurd, toen kwam er ene bons ... we sliepen in een bedstee en ik had een lichtje op de beddeplank staan; dat lichtje viel om, maar het bleef branden; het glaasje drinken viel om en 't liep niet leeg. Dat vertelde ik 's morgens aan mijn buurvrouw, toen zee ze: 'nou is het lang genoeg geweest!'
Maar as we 's avonds buiten kwamen, zo konden we niet gaan, zo zachtjes de deur niet opendoen of de linkse hoek van het stoepke, daar zat de kat en daar zat ze maar te mauwen en da' was verschrikkelijk. Toen op enne avond, zat ze d'r weer. M'n zwager was bij ons in de kost en die zeit: 'kom nou 's kijken, nou zit ze in de kippenkooi van Jan van Zon'. 'Hedde geen kokend water', zee Jan van Zon. Jan kwam mee de lanteern! Ik zeg: 'ja, de volle ketel'.
Ons Albert ging diejen ketel water halen. Ze kon de kippenkooi onmogelijk uit, d'r zat geen gat in, en zo zouwen we haar met dat kokend water begieten, maar ja wel, toen Albert met het kokend water bij die kippenkooi was, zat het wijf, of die kat dan, boven op het dak van het schuurke: we konden ze nie' raken. Toen zei m'n buurvrouw: 'nou ga ik naar de pastoor; nou moet het maar uit zijn'.
Zij ging naar de pastoor toe en die kwam. 's Nachts mochten we beslist niet buiten komen as we leven hoorden, en 's morgens kwamen we buiten - we woonden in een rij van vijf woningen - en toen was heel de tuin rond gegraven en over de straat henen en daar had die pastoor heiligdom in bewaard. Toen kon ze nie' meer bij ons op de werf komen en zo doende waren we van haar af enne ons Marietje was weer klaar.
 (Bron: Familiearchief f.van son: Opa Jan van Son en Oma Leentje Kools; Historiek.net, 24 oktober 2016, Halloween, griezelen met een Brabants tintje; Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 161-162).


Geen opmerkingen:

Een reactie posten