zaterdag 18 november 2017

Een kinderhand.....

We kennen allemaal het gezegde ‘een kinderhand is gauw gevuld’.
Het worden weer een paar spannende weken tot de verjaardag van de Sint. Maar soms denk ik toch dat de makers van de Sintprogramma’s op TV zich niet realiseren, dat het voor de kinderen toch zonder al die extra’s al spannend genoeg is. Denk nou aan die belachelijke storm op zee, waarin de Sint het erg moeilijk had. Youri kan er niet van slapen; Mama Elke had het programma gezien maar liet er Cas de volgende ochtend toch maar niet naar kijken en Anouk zag “echt waar” haar cadeautje met de naam ‘Anouk’ erop, overboord gaan. Gebruik je verstand, TV-makers. Vorig jaar dat geëmmer rondom Zwarte Piet en nu deze onzin. Doe gewoon. Dan is het al spannend genoeg voor de kinderen. Robyn vond het maar vreemd dat ze deze week nog geen schoen kon zetten omdat de Sint pas vandaag in Dokkum aankomt. 
Wat gaat er in die kinderkoppies allemaal om.....

Over die gemakkelijk te vullen kinderhand gesproken; ik heb dat woensdag maar weer eens aan den lijve kunnen ondervinden. Cas kwam spelen bij oma en opa. Dat betekent ofwel ‘eten koken’, ‘trein oma’ of muziek. Bij het ‘eten koken’ gaat hij met het kleine keukentje aan de gang. Ik krijg dan stapels plastic messen, vorken en lepels en een grote bak met alle mogelijk namaak etenswaren. “Hier opa, lekker”, vertelt hij dan. Ziet hij het keukentje een tijdje niet meer zitten, dan gaat hij naar Oma en zegt heel vriendelijk “samen opruimen oma”. Om vervolgens om de trein of de auto’s te vragen. Afgelopen woensdag niets van dat alles. Hij was het na korte tijd al beu. Totdat hij de tamboerijn en een ander “muziekje” ontdekte. Hij rammelde met het muziekinstrument terwijl hij in de rondte danste. “Kom Opa” roept hij enthousiast. Ik kreeg de andere tamboerijn. Ik niet te lui om met hem muziek te maken. Eerste een beetje meedansen, maar dat bleek me al snel te vermoeiend. Dan maar op de rand van de bank meespelen en zingen tot grote vreugde van Cas. Toen ik ook nog eens op de grond kwam zitten, was het helemaal te dol voor hem. Ik moet zeggen, ik heb er ook van genoten.

Die lach van hem en dat dansen en tussendoor roepen “kijk Oma” maakten, dat wij een uurtje samen heel leuk bezig waren. Daarna was zelfs Cas een beetje moe en kwam graag even op de bank tegen me aan zitten. Het was ook een drukke dag voor hem.

Tussen de middag kwam Anouk immers ook naar ons toe. Kleine kinderen worden groot! Mama Meike moest even naar de dokter maar dat bleek voor Anouk geen probleem. Uit school kwam ze in haar eentje naar oma toe. At boterhammen samen met haar neefje en speelde even met hem. Ze kunnen goed met elkaar opschieten. Leuk is dat. ’s Middags zou een vriendje bij haar thuis komen spelen, maar die bleek ziek. Geen nood. Anouk vermaakt zich wel.

Cas ook. Na een volle dag aten we nasi. Eerst liet hij weten “Casje hoef nie”, om vervolgens smakelijk zijn nasi met stukjes  gebakken ei van papa en gebakken uitjes van mama op te eten. Paprika niet. Die moet mama van hem opeten. Met een schuin oog bleef hij ook nu weer af en toe naar mij kijken. Want hij weet, dat hij ook kroepoek krijgt van opa, als zijn bordje leeg is. En bij het toetje smulde hij.  Hij bleek de dag bij oma en opa nog helemaal niet beu. Stribbelde flink tegen toen het tijd was om zijn jas aan te doen. Maar toen ik gezegd had dat hij volgende keer op opa’s ‘scootebiel’ mee mag rijden, vond hij dat een goed plan en kregen oma en opa alsnog een ‘grote kroel’ na een hele fijne dag.
(familiearchief f.van son, Youri, Cas en Anouk).




zaterdag 11 november 2017

De mooiste cadeautjes....


De mooiste dingen in het leven zijn meestal niet de duurste.
Dat heeft oma José op haar verjaardag weer eens ondervonden. De fijnste cadeautjes waren voor haar de hartelijke kunstwerkjes die zij van haar kleinkinderen kreeg. De een had bij het maken wat meer zin dan de ander, of werd hier en daar geholpen door mama of papa, maar alle kleine cadeautjes kwamen recht uit het hart van onze kleintjes. Dat kon je merken aan die snoetjes, toen ze oma op haar verjaardag hun kunstwerkje gaven. Ze kregen –zoals met heel veel tekeningen en knutselwerkjes van de kleintjes- een apart plaatsje op de deur naar de gang, zodat iedereen ze kon zien.
Zo kreeg José creatieve dingetjes van Cas, Youri, Robyn, Anouk, Renée en Emma. Emma is al duidelijk een paar jaartjes ouder. Ze schreef een allerliefst briefje bij haar kaart en vroeg om toch vooral haar kunstwerkje niet weg te gooien: ‘ps. De kaart is met veel moeite gemaakt dus doe hem niet meteen weg’. Duidelijke taal dus. Daar hoef je niet bang voor te zijn Emma!
Nu is oma ook niet direct degene, die de kunstwerkjes weggooit. Ieder van onze kinderen heeft bij voorbeeld een doos met eigen werkstukjes uit de lagere schooltijd. Allemaal bewaard door José. En je kan ervan overtuigd zijn, dat ook heel veel knutselstukjes van de kleinkinderen worden opgeborgen.
Dat creatieve hebben ze misschien -via onze kinderen- van José. Die ging afgelopen dinsdagavond weer naar haar schilderclub om dit keer haar ‘drie-in-een’ kunstwerk af te maken. Ze oogstte veel lof voor haar drieluik. Het is dan ook een prachtig werkje geworden, met schilderstukjes van acryl, olieverf en aquarel.
Het ontlokte een van de kinderen de opmerking dat er maar een certificaat van echtheid door José moest worden gemaakt. Een ‘kunstschilder’ wordt immers vaak niet in haar tijd geëerd, maar wel jaren daarna. Wat mij betreft mag José best haar werk verkopen. Ze maakt elke keer toch weer nieuwe verrassende kunstwerkjes. Geen wonder dat onze kinderen een schilderij van mama in huis hebben hangen. Ze schildert immers ook op verzoek naast eigen werk. Allen Tommy en Nienke hebben er nog geen. Maar dat is op komst. Ze is er nu aan begonnen. Ook dat wordt zonder twijfel weer een echt juweeltje.
En ik? Ik ben niet zo creatief. Ik geniet van haar werk. Ze is altijd opgetogen als ze na de schilderavond thuis komt. Doordeweeks is ze soms ook op de schilderzolder te vinden, maar naar mijn idee veel te weinig. Ze draaft de hele dag heen en weer om te zorgen voor anderen en met andere werkjes en werken in en buitenshuis, of als oppas-oma voor de kleinkinderen. Ik ben vaak bang dat ze zichzelf bij dat alles veel te veel vergeet. Ik merk dat als ze vaker ’s avonds na weer een drukke dag, moe op de bank zit. Als je José bezig ziet, naast haar vele werk vooral met de kleintjes, dan moet ik altijd even denken aan die tv-reclame, waar oma volop kan bukken, dragen en zittend spelen op de grond, omdat ze die speciale crême gebruikt die haar pijnen en pijntjes en stramme gewrichten buitenspel zet...... Ja. Ik wil het best toegeven: ik ben bezorgd om wat ze allemaal dag in dag uit van zichzelf vergt.
(Bron: familiearchief f.van son).








zaterdag 4 november 2017

Het blijft boeien.....


De Efteling. Toen ik klein was, fietsten we er met het hele gezin een keer per jaar naar toe. Vanuit Breda naar Kaatsheuvel. Dan kwamen we langs die kabouters die langs de weg stonden. Hun vingertje wees richting Efteling. Voor zo’n fietstocht draaiden we onze hand niet om toen. Moet je nou nog eens om komen... Het was vroeger een schitterende dag, elk jaar weer. Mijn vader hield tevoren het weer in de gaten en we wisten dat het een mooie dag zou worden. Wat toen voor ons gold, gold voor onze kinderen en nu ook weer voor de kleinkinderen. Deze week nam Mama Elke haar Cas, zijn neerfje Youri en natuurlijk oma en opa mee naar de Efteling. Ze hebben genoten en wij ook. Die heerlijke gezichtjes, dat enthousiasme. Dat werkt gewoon aanstekelijk. Ze gaan graag in zoals zij het noemen ‘Yoki en Jet’. Daarvan kunnen ze geen genoeg krijgen. De koppies duken achter de buggy als we in de buurt van de draak komen. Want die is toch wel erg groot. De kabouterhuisjes in het sprookjesbos, de verhalenboom, Langnek, Holle Bolle Gijs en Ezeltje Strekje. De dansende schoentjes...
Er lijkt niets veranderd. Gelukkig is het sprookjesbos nog intakt.
Ja natuurlijk. Er is een aantal nieuwe attracties bijgekomen, maar de python en andere achtbaan ontlokken Youri en Cas voorlopig enkel nog de term ‘gevaarlijk’. Ze zijn er ook nog te klein voor.
Het was een dagje genieten. Je kon merken dat de Belgen weer een vrije dag hadden. Er werd veel Vlaams ‘geklapt’ en ook Waals tierde welig in onze Efteling. Ook die buitenlandse kinderen genieten op dezelfde manier en dat geldt ook voor de meeste ouders. José zorgde weer voor een aantal foto’s en een filmpje.
José is begonnen met het maken van een nieuwe broek voor mij. Ik vind het elk keer weer knap dat er een passende broek uitkomt. Ondertussen buig ik mijn hoofd over de afstamming van Giselbert en Alaysa en zijn broer Arnold. Daar moet ik nog meer van weten. Maar het aantal bronnen lijkt heel klein. Dochter Gertrudis (is dat wel een dochter) van Arnold van Tilburg lijkt met Walter Bac van Olen getrouwd. Een Belgische ministeriaal van de hertog van Brabant zo omstreeks 1190. Ik zal er jullie niet mee vermoeien.
Ik ga weer verder met lezen in het werk van Eduard van Ermen en laat het hier deze week bij. De boog hoeft immers niet altijd gespannen te zijn. Wel houd ik m’n hart weer vast voor vanavond. VVV-NAC. Wordt wéér een moeilijke pot vrees ik. Op weer een blessuregevoelig kunstgrasveld. Inderdaad Goetzee, NAC moet hopen dat ze dit seizoen overleven in de eredivisie. Meer niet helaas!
Morgen is het weer ‘full-house’ bij ons. Oma José viert haar verjaardag. Een soort gezinsreunie dus. Enkel Tommy en Nienke kunnen niet van de partij zijn. Die hebben andere verplichtingen.
(Bron: familiearchief f.van son).

zaterdag 28 oktober 2017

Donderdag 26 oktober 2017.


Het gebeurt steeds meer: mensen worden honderd of meer. Voor mij was het gisteren zo ver. Op 26 oktober 1917 werd mijn vader geboren. Juist. Gisteren zou hij honderd geworden zijn. Ware het niet dat hij op 4 februari 1972 plotseling overleed. Dat lijkt al verschrikkelijk lang geleden. Er is tussen 1972 en 2017 erg veel gebeurd. Maar toch. Ze zeggen dat ‘het slijt’. Dat is zo, maar wennen doet het toch nog steeds niet. Ook niet na 45 jaar. Ik denk nog vaak aan hem terug en heb veel aan Papa te danken.
Ik heb mijn vader maar ruim twintig jaar mogen kennen. Had hem veel langer bij ons willen hebben. Toen ik als klein manneke in het ziekenhuis lag in Tilburg, fietste hij na zijn werk hard naar het station om ’s avonds toch bij mij op bezoek te kunnen komen, zijn werkkleding nog aan. Hij cijferde zichzelf weg als het om zijn vrouw en kinderen ging. José heeft mijn vader jammer genoeg nooit gekend; ik die van haar overigens ook niet. Op 6 juli 1970 stierf hij. Hij zou op 4 januari 2003 al honderd zijn geworden en de moeder van José op 5 september 2014. Geen van onze kinderen heeft ooit een opa gehad. Dat besef ik elk jaar op 4 februari en op 26 oktober en bij leuke dingen ook op andere dagen. Zoals bij sportwedstrijden als wereldkampioenschappen wielrennen en voetbal, zoals bij de promotie van NAC, waarin hij zelf een officiële wedstrijd in het eerste speelde. Oma’s hebben onze kinderen gelukkig wel gekend, al stierf Oma Mathijssen al op de tweede dag van januari in 1993. Elke was toen pas bijna een jaar...
Mijn moeder heeft mij veel over mijn vader verteld en ik herinner me hem zelf als een vrolijke en vooral hardwerkende man wie niets teveel was. Hij fietste met ons en mama langst stad en dorp. Wist altijd de weg zonder tomtom en las het weer. Niet zelden waren we juist op tijd thuis om een regenbui voor te zijn. Hij was een en al sport. Zat met mijn draagbare radio aan zijn oor naar ‘langs de lijn’ of andere sportprogramma’s te luisteren. Keek naar sport op televisie maar vergat mama en ons daarbij nooit. Ik ging met hem naar de thuiswedstrijden van NAC aan de Beatrixstraat. Je kom hem een groot plezier doen als het om sport ging. Zo kocht ik ooit toegangsbewijzen inclusief busreis voor ons tweeën naar het WK Wielrennen in Zolder-Terlaemen in 1969 waar Harm Ottenbros won door Juliën Stevens te kloppen. En in Heerlen-Terwinselen in 1967 waar Eddy Merckx Jan Janssen voorbleef.. Dan kon je hem zien genieten en de koers zien volgen. Maar we fietsten ook naar de rondjes rondom de kerk. Het Hart van Gilze, de Acht van Chaam, De Ronde van de Molen, en meer van dat soort koersen. Tot die fatale vrijdag 4 februari in 1972. ’s Morgens rond tien over zeven ging hij naar zijn werk op de fiets. Als het donker was, dan zwaaide hij met zijn brandende shagje boven de poort. Dat was het laatste dat ik van hem zag. Sinds het begin van deze eeuw hangt zijn schilderij in onze woonkamer. Gemaakt van een van de weinige foto’s die we van hem hebben. Ik kijk er vaak na. Misschien zijn papa, mama en mijn zussen Lieke en Marianne nu weer samen. Ik gun het ze. Ik ben blij met José, de (schoon)kinderen en de kleinkinderen. Ooit hoop ik hem nog eens te kunnen zeggen dat ik een fijne jeugd heb gehad. Aan Mama heb ik dat nog bij leven kunnen zeggen en dat geeft me nog altijd een prettig gevoel. Bedankt Papa. Gelukkig heb ik nog heel veel mooie herinneringen aan een fijne jeugd.
(Bron: familiearchief f.van son: Cor van Son 26101917/04021972).