zaterdag 19 januari 2019

Deze foto's horen bij het weekendbericht van deze week. Je had ze nog tegoed!







Opeens is alles anders....


De weken rijgen zich bij ons normaal gesproken gewoon aan elkaar. Oppassen op kleinkinderen, José op maandagochtend naar Inge en dinsdagavond naar de schilderclub. Maar sinds zij daarvan zo omstreeks half elf terugkwam, was alles anders. Haar knie had het begeven, zo maar plotseling. Na een hele nacht zonder echt geslapen te hebben, ging zij woensdagochtend met Meike in de auto naar de huisarts. Youri bleef intussen even bij Opa spelen. Erg leuk. Dat naar de huisarts gaan, is al niks voor José. De keren dat zij dat doet, kan ik de laatste tien jaren gemakkelijk op de vingers van één hand tellen. Maar nu is het dus menens. Er kon niet worden opgepast op Sem en Cas, want José kan maar amper strompelen. Daarmee misten we wel het eerste hapje brood van Sem. Want bij hem gaat alles voortvarend door. Gelukkig hebben we de foto nog. Cas bracht ‘zo lief’ een speciale tekening mee, toen ze woensdagmiddag kwamen om bij ons te eten. Een tekening waarop hij echt zijn best had gedaan; speciaal voor Oma José met ‘beterschap’ erboven. Je zal het niet geloven misschien, maar met een strompelende José is alles anders in huis. De kinderen helpen en José zit voor het merendeel op stoel of bank. Donderdagochtend heb ik Cas met de scootmobiel nog even opgehaald en later weer thuisgebracht, zodat hij voor mama’s verjaardag kon knutselen. Donderdagavond kon José gelukkig al een scan laten maken in Etten-Leur. Als het maar geen meniscus is. Nog even een paar dagen wachten op de uitslag nu. Zelf kroop ik dan maar weer achter de laptop in zo’n week. Artikelen schrijven voor ‘mijn’ pagina Bestuur en Politiek in weekblad De Langstraat en uiteraard stamboomwerk. Een erg mooie ervaring was, dat ik mijn oppas uit mijn jeugd heb gevonden. Het is de nu 80 jarige Janny de Groot, nu Lankhuijsen-de Groot die al 57 jaar in Klundert blijkt te wonen. Leuk. Misschien kan zij mij nog iets meer vertellen over mijn jeugd. Ik ga ze in elk geval even bellen Het nieuwe boek begint te vorderen. Tussen de bedrijven door ontdekte ik de een van de voorouders Pieter ook Peter werd genoemd. In zijn doopinschrijving van 1 mei 1787 staat ‘Petrus’; in zijn franstalige trouwakte van 24 november 1813 ‘Pierre’ vanwege de Franse tijd en in zijn overlijdensakte van 24 februari ‘Peter’. Maar er is ook een bladzijde uit het adressenregister van Heykant B-57 in Chaam, waar het gezin toen woonde. Daarin staat duidelijk geschreven ‘Pieter van Zon’ met een Z en op een rijtje daaronder zijn vrouw Maria Geerts en alle kinderen, Toch leuk die bron, want ook zelf hebben wij een zoon Pieter zoals je weet. Die naam komt dus al eerder in onze familietak voor. In andere, vooral de ‘dure’ takken kom ik de naam Pieter wel meer tegen. Er hangt zelfs een Pieter van Son in het Rijksmuseum. Maar dat geldt niet. Dat is een heel andere tak                     
(Bron: familiearchief f.van son: Eerste boterham Sem 15-01-2019;  Wijk Heikant: Regionaal Archief Tilburg te Tilburg, Bevolkingsregister Chaam, Bron: boek, Deel: 002, Periode: 1821-1860, Chaam, archief 2904, inventarisnummer 002, Inv. nr. 02 1821-1860 Wijk Heikant, folio 109.; Bron: Regionaal Archief Tilburg te Tilburg, BS Huwelijk. boek, Periode: 1813, Chaam, archief 2903, 24 november 1813, Huwelijksregister 1813, folio 10v.; Overlijdensregister 1842, 24-02-1842, archiefnummer 2903, aktenummer 10  Chaam. Periode: 1842).

Helaas worden de foto's niet geupload. ...








zaterdag 12 januari 2019

Nieuw jaar? Gewoon weer doorgaan.

We hebben weer een nieuwtje in onze familie. Een van de kleinkinderen heeft voor het eerst deze week haar nieuwe hobby beoefend. Anouk ging paardrijden. Gespannen zat ze in de manege op de rug van de edele viervoeter. Fantastisch vond ze hij. Het is goed voor kinderen dat zij naast hun school ook andere leuke dingen doen. Zo speelt Renée bij de hockey en danst sinds haar vierde en Emma is ook op de hockey actief bij voorbeeld. Ik ben blij dat onze kinderen hun kinderen het belang van sporten meegeven en een hobby meegeven. Woensdag waren ze weer bij ons en ’s morgens kwam neefje Youri met Cas spelen. Zij zijn eigenlijk best wel verschillend, maar kunnen desondanks prima met elkaar overweg. Wat ik ook zo ontzettend leuk vind,  is om te merken,  dat Cas tijdens zijn spel, -zo maar uit het niets-, opeens naar zijn broertje Sem toegaat, die op zijn dekentje op de grond ligt te spelen. Hij gaat dan naast hem zitten en praat heel lief tegen hem en knuffelt. Hij is wel zó lief tegen zijn kleine broertje. Ook Sem geniet daar duidelijk van. Die twee worden straks twee handen op één buik, dat kan je nu al zien. Sem groeit ook zowel in gewicht als in doen en laten. Als ik hem zijn flesje geef, dan pakt hij met zijn handjes naar mijn gezicht. Hij pakt ook steeds meer naar zijn speelgoedjes en zijn knuffels. En hij blijft maar lachen... Een tevreden ventje! En dan een ander onderwerp. Ook José gaat intussen onverstoorbaar door met het afleveren van creatieve kunststukken. Er is weer een schilderij klaar. Ik zou willen dat wij een huis met een lange gang hadden. Dan konden we tenminste al die juweeltjes erin kwijt. Nu staan de meeste schilderijen op zolder, op dw werken na, die José voor elk van de kinderen maakte. Een ander onderwerp: je weet, dat ik ook het nieuws nog altijd op de voet blijf volgen. Deze week merkte ik dat het religieus fanatisme weer toeneemt. De groep gelovigen wordt steeds kleiner, maar dat betekent meteen wel, dat de meest strengen over blijven. Dat merkten we deze week weer aan een aantal, uiteraard voornamelijk strenge protestante mannen, voorgangers en theologen, die de Nederlandse vertaling van de Amerikaanse Nashville-verklaring ondertekenden. Een anti-homo verklaring. En dat door mensen die vooraan in de kerk zitten of voorganger zijn en het ‘woord van God’ preken. Hij zou, dacht ik onder meer toch ook hebben gezegd, dat je “je naasten moet liefhebben als jezelf”. Dat is dus precies wat zij niét doen met het ondertekenen van die verklaring. Schrale troost:  de ondertekenaars willen voor al die ‘zondige’ mensen wel bidden, opdat zij genezen. Want homoseksualiteit en transgender zijn is volgens hen een ziekte. Ik weet nog zelf wel een veel ergere ziekte: religieus fanatisme. Daar is kennelijk geen genezing van mogelijk. Het is goed dat die dichte gordijnen dit soort fanaten, tenminste op zondag, aan ons oog onttrekken, al gaat ook dan af en toe wel eens geen gordijntje even licht opzij. Zouden zij dan toch menselijke trekjes hebben? Onze burgemeester, ook lid van de SGP in elk geval zeker. Hij nam openlijk en ondubbelzinnig afstand van de verklaring. Daarmee oogstte hij veel lof en zelfs applaus van een deel van de gemeenteraad. Dat laatste vind ik wat over de top overigens.
(Bron: familiearchief f.van son. 2018)





zaterdag 5 januari 2019

Over onze naam Van Son...

In de eeuwen tot  de elfde eeuw hebben onze voorouders diverse namen gehad. Men werkte nog niet zo met achternamen. Het kan daarbij gaan om toenamen, bijnamen en geslachtsnamen, of namen die je ontleende aan je bezit bij voorbeeld. Rond 1180 komt daarin langzaam maar zeker verandering. Dan heten wij aanvankelijk Bac van Olen. Als een Walterus Bac met een dochter van Arnold van Tilburg trouwt. Een van hun zonen die ik in bronnen tegenkom als “Walterus miles dictus Bac’, doet met twee van zijn kinderen, zoon Walter en dochter Gertrude op 27 mei 1244, mede namens de andere erfgenamen (nog niet volwassen kinderen) afstand van de tienden van de Belgische parochie Olen,  ten gunste van de Abdij van Tongerlo. Het Utrechtste kapittel van Sint Salvator was eigenaar van die tiend, die hij eerder aan ridder Walter Bac had verpacht. In 1244 verkocht Sint Salvator hun veraf gelegen bezit aan de Abdij van Tongerlo, gevestigd in het vlak bij Olen gelegen Westerlo in de Belgische Kampen. Tot dan toe betaalde Walter Bac jaarlijks 2,5 mark Keuls voor die tienden en andere goederen in Olen. De naam Bac van Olen verandert in Bac bij zoon Walter. Er was immers geen verbinding meer met Olen. Zijn zoon krijgt de naam Wouter Bac van Broechoven. Vermoedelijk genoemd naar een deel van het familiebezit van toen. Dat gebeurt ook bij de volgende generatie, als de voorvader Walterus Bac van Baescot wordt genoemd. Naar een deel van het bezit waarvan ook het tegenwoordige dorpje Baarschot bij Diessen deel heeft uitgemaakt. Die Walterus Bac van Baescot geeft op 27 december 1309 het ‘Aude Goet Broechoven’, een deel van het familiebezit aan zoon Willem. Waarschijnlijk als ‘apanage’, waardoor Willem op eigen benen kon gaan staan. Maar die Willem is niet onze voorvader. Daarvoor moet ik zijn bij een broer van hem: Gerard van Broechoven, die omstreeks 1282 wordt geboren. Zijn zoon heet hetzelfde als Pa. Hij trouwt met Dymphna. En of zij nu ‘De Bie van Weelde’ heet of ‘Dymphna vandenPaerdenkooper’,  dat is mij in dit kader om het even. Hun zoon wordt Henricus van Broechoven. Die trouwt met Katharina Jansdr. Van Zonne, een dochter uit de tak van poorters en soms schepenen van ’s Hertogenbosch.
En dan gebeurt er iets waarop ik nog geen antwoord heb gevonden. Ondanks het vele zoekwerk en overleg met vrienden die net als ik chronisch zijn besmet met het genealogievirus.

Want Henricus van Broechoven krijgt 5 kinderen, waarvan er vier Van Broechoven heten en één, namelijk hun zoon Johannes de naam Van Zonne meekrijgt. Waarom? Wie het weet mag het zeggen. Officieel wordt hij in bronnen "Johannes de Zonne, filii Henricus de Broechoven" genoemd. Hij is dus echt wel een zoon van Henricus van Broechoven. Volgens H.J.A. van Son wordt hij genoemd “naar de vader van zijn vrouw”. Met hem begint ons geslacht waarin de naam Van Zon of Van Son bij alle leden voorkomt en daarom voortaan geslachtsnaam kan worden genoemd. Tot en met onze kinderen. Ik heb een foto toegevoegd van ons gezin toen wij 40 jaar getrouwd waren. Inmiddels zijn wij vijf partners van onze kinderen en tien kleinkinderen verder. Terug naar Henric van Broechoven. Waarom zou Henric zijn zoon Van Son noemen? Je kan je daarbij van alles voor de geest halen. Het kan betekenen dat het om een zoon gaat uit een eerder huwelijk van Katharina, die de naam van moeder meekreeg. Dat gebeurde ook wel met kinderen die vóór het huwelijk of heel kort daarna werden geboren. Hij kan ook vernoemd zijn naar de vader van Moederskant, de schoonvader van Henricus dus. Je kan zelfs denken dat hij ook van Son kan heten als Katharina geen broer had. Door een zoon van Katharina de familienaam Van Son te geven, kon de geslachtsnaam en het geslacht blijven bestaan en zou Henric de bezittingen van de vader van Katharina via zoon Jan kunnen doorsluizen. Allemaal mogelijkheden; wie weet was het zelfs een afspraak tussen Henrick en de vader van Katharina, hoewel ik ook daarvoor geen enkele akte als bewijs heb kunnen vinden.

In de illustraties kom je na lezen en herlezen de naam Van Sonne tegen, ook als zoon van Henrick van Broechoven....

Hoe het ook zij, wij heten sinds omstreeks 1370 Van Son. Dat die Van Son nog in Tilburg woonde, dat kan je mij niet aanrekenen. Zijn nageslacht is wijzer geworden. Via Goirle en Gilze zijn ze naar Bavel verhuisd en vervolgens via Teteringen –zonder te verhuizen- naar Breda, toen de stad dat deel van het dorp annexeerde. Via Breda ben ik naar Oosterhout verhuisd, vandaar even een uitstapje naar apeldoorn. Gelukkig binnen 5 jaar weer snel terug naar Brabant, toen er in Oisterwijk een vacature bleek te zijn. Van Oisterwijk naar Geertruidenberg en tot slot naar Raamsdonksveer, waar ons gezin nu nog woont. De achternaam is sinds 1370 niet meer veranderd, of het zou moeten zijn dat de ene keer ‘Van Zonne’ werd geschreven, de andere keer ‘van Zon’ of ‘van Son’. Maar dat lag meer aan de schrijvers dan aan de achternaam. Want die is nu al bijna 650 jaar hetzelfde.
(Bron: familiearchief f.van Son: foto gezin bij 40 jarig huwelijk; Oorkondenboek van de Abdij van Tongerlo, (Erens) dl.1.nr.130; Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301 (S.Muller e.a.),5 dln); Oorkonden van de Abdij van Tongerlo I, Erens, pag.176-177, nr. 130).; Pascua Mediaevalia, studies Prof.dr.J.M.de Smet:'De Utrechtse kapittels St.Maarten en St.Salvator en hun bezittingen in de Antwerpse Kempen, blz.39-40).