zaterdag 23 maart 2019

Verdrietige week.


De afgelopen week was een verdrietige. Op dinsdag 19 maart zou mijn moeder 95 zijn geworden. We mochten haar erg lang bij ons houden, totdat zij op 22 mei 2015 overleed. Ik heb de foto van haar 90e verjaardag even uit ons familiearchief gehaald. Op donderdag 21 maart dachten we uiteraard terug aan ons tiende kleinkind, Juna Elynn, die het niet mocht halen. Onze gedachten waren weer even speciaal bij Pieter en Tara, de jongens en Robyn. Wat hadden ze graag hun dochter en zusje in de armen willen sluiten. Vreemd toch, dat die emoties zo sterk blijven. Ik heb vorig jaar gezegd dat er eeuwig op internet een lichtje blijft branden voor ons lieve jonge vlindertje. Dat brandt niet enkel op internet, maar ook in ons hart. Juna Elynn blijft ons tiende kleinkind, ook al mochten we maar even vanaf een afstand met haar kennis maken. Die brandende plek slijt nooit.
Ik voel me wat minder stabiel dan anders. Ik maak me echt zorgen over mijn gezondheid. Ik ben donderdag weer bloed gaan laten prikken om te kijken hoe mijn nieren reageren op de verandering van mijn dagelijkse medicatie en of mijn bloedbeeld verdere veranderingen doormaakt. Het wordt gelukkig allemaal goed gemonitord door mijn cardioloog. Hopelijk kunnen mijn gezondheidsproblemen ook echt aangepakt worden. De nierfunctie was stabiel gebleven.
Ik ben niet de enige in onze familie die niet gezond is. Ik weet dat Pieter, Cas en ook zijn broertje Sem ziek zijn. Ook hun papa voelt zich allerminst lekker. Het heerst, denk ik. Het moet maar snel echt voorjaar worden. Vrijdagmiddag liep het weer fout. Ik voelde met niet lekker en lag al snel op bed. Overgeven en diarree. Weer een terugslag. Waar die vandaan komt, dat snep ik echt niet.
Gelukkig heb ik in het begin van de week toch ook een paar uurtjes weer aan mijn stamboom en familiegeschiedenis kunnen werken. Ik heb de periode van mijn vader en moeder aan het papier toevertrouwd. Gelukkig heb ik heel veel mooie foto’s van fijne en minder fijne momenten in ons archief bewaard.
(Bron: familiearchief f.van son).





zaterdag 16 maart 2019

Over "trubbelig" gesproken

Ik hoefde deze week niet naar de Efteling om in een achtbaan terecht te komen. Een raadsvergadering op maandagavond, controlebezoek aan de cardioloog op dinsdag en meteen een bloedonderzoek en opvragen van long-scans van mij uit het Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Woensdag mochten we weer een dagje op Cas en Sem passen en donderdag maakten José en ik een ‘wereldreis’ met de Valys naar tante Regien in Heeze. Diezelfde dag kreeg ik telefonisch de uitslag tijdens contact met de cardioloog over het bloedonderzoek en werden veranderingen afgesproken in mijn medicijnen. Vrijdagochtend weer naar de fysio en daarna artikelen voor de Langstraat maken voor mijn pagina ‘Bestuur en politiek’. Meteen daarna heb ik ook de huisarts gebeld voor een nieuwe bloedprikactie over een week, om te kijken hoe mijn nieren op de nieuwe medicijnen gaan reageren. Vrijdag waren ook Youri en Anouk bij ons omdat er gestaakt wordt op school. Gezellig dus! Pa en Ma moesten werken, dus dan moet ‘stand-in’ oma opdraven. ’s Middags op die vrijdag heb ik even een uurtje gerust op bed en dan is het ineens weer zaterdag. Niet denderend geslapen deze week. Wat mij vooral bezighoudt: mijn bloedbeeld is niet in orde. Naar de reden blijft het voorlopig nog even gissen maar vooral zoeken. Voor mij reden genoeg om me al druk te maken. Zo zit ik nou eenmaal in elkaar. Ik hoop er maar het beste van. Kan er eigenlijk toch zelf niets aan veranderen. Gelukkig was mijn cholesterolgehalte erg laag. Maar igenlijk wist ik al dat José elke dag weer voor een goede, verse en gezonde pot eten zorgt. Dus dat was niet nieuw. José is ook nu weer mijn steun en onderzoek. Daarnaast leef ik ook zowat als een monnik. Nauwelijks alcohol, al ruim dertig jaar niet roken, regelmatig leven en rust nemen en op tijd naar bed. Maar dat blijkt niet altijd een garantie.
Er is deze week dus niet zo veel terecht gekomen van mijn andere hobby, het stamboomonderzoek en de geschiedenis van onze familie. Aleen een uurtje maandagochtend bezig geweest met de Giselberten en de Bacs uit de twaalfde en dertiende eeuw. Ik vind daar nog steeds veel plezier in. Druk bezig aan mijn nieuwe boek over dat onderwerp.
’s Middags heb ik deze week tussen de bedrijven door op de bank de ritten van de nog prille wielerseizoen in de Tirreno-Adriatico en Parijs-Nice bekeken. Fijne afwisseling. Ik heb niet zo veel meer te vertellen deze week. Dus laat ik het hier maar bij. Het is weer weekend. Op naar weer een nieuwe week. Kijken wat die gaat brengen.
(Bron: familiearchief f.van son)



zaterdag 9 maart 2019

Waar je je druk om maakt....

Na een inspannende ‘kleinkindweek’ met dierentuin, koekjes bakken en natuurmuseum, even rust. Tijd voor Genealogie en geschiedenis dus.
Bij mijn vele lees- en onderzoekswerk over de familiegeschiedenis liep ik tegen een fenomeen aan, dat de mensen uit die tijd de stuipen op het lijf gejaagd moet hebben. Op maandag 19 november 1618 was de Synode van Dordrecht, een kerkvergadering van de protestanten, nog maar net begonnen, of aan de hemel verscheen een heldere komeet. Wat zou God daar nu weer mee bedoelen, zo zal de godvrezende bevolking zich hebben afgevraagd. In Amsterdam wisten ze dat al wel. Daar heerste toen de pest; God strafte! De mensen hadden het volgens de predikanten weer verkeerd gedaan allemaal.
Die Synode in Dordt moest een einde maken aan meningsverschillen tussen Arminianen of ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’ of Gomaristen. Misschien kan je je die Arminius en Gomarus uit je geschiedenisboek nog vaag herinneren. Het was de strijd tussen de remonstranten en contra-remonstranten in de Nederduits Gereformeerde kerk.
Maar hoe belangrijk voor hen misschien ook, de oogverblindende komeet aan de hemel, die zichtbaar bleef tot in januari 1619 kreeg meer aandacht dan heel die protestantse kerkvergadering bij elkaar. Volgens de Groningse hoogleraar en wiskundige Nicolais Mulerius leek het wel dat ”…veel luyden uyt haer bedde sprongen om te kijcken met verwonderinge ende vrese anders niet als ofter een alarm hadde geweest”. Mulerius tekende een horoscoop op een lege pagina van zijn Practica ofte Prognosticatie op 1608. Waarin ook opmerkingen aan de komeet van 1607 zijn gewijd. De foto daarvan van de fotodienst Rijksuniversiteit Groningen heb ik bij dit weekendbericht gezet.
Terug naar Dordt. Uit die vergadering zou de Statenbijbel komen. De Synode vroeg de Staten-Generaal om de Nederlandse vertaling van de bijbel te betalen. Maar pas in 1626 stemden de Staten toe, waarop de vertalers in Leiden aan de slag konden.
In 1635 lag de vertaling op tafel. De stad Leiden betaalde liefst 2500 gulden voor het octrooi om de Bijbel in Leiden te laten drukken. Tussen 1637 en 1657 werden liefst 500.000 exemplaren gedrukt. Rijk geíllustreerd natuurlijk, getuige alleen al de titelpagina Statenvertaling (eerste druk, Leiden: Paulus Aertsz. van Ravensteyn, 1637. Collectie Bibliotheek Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem). Toevallig benieuwd wie er vertaalden? Uiteraard allemaal mannen! Op 26 november 1618 werden de heren Johannes Bogerman, Gerson Bucerus en Willem Baudartius aangewezen om het Oude Testament te vertalen. Zij moesten wel kanttekeningen maken bij de vertaling, waaruit blijken moest, waarom ze voor een bepaalde vertaling gekozen hadden. Het Nieuwe Testament zou worden vertaald door  Jakobus Rolandus, Herman Faukelius en Petrus Cornelisz. Die Herman Faukelius en Petrus Cornelisz. overleden nog voordat ze aan de vertaling konden beginnen. In hun plaats kwamen Festus Hommius en Antonius Walaeus. Ook werden er ‘overzieners’ aangewezen,  die de vertalingen moesten controleren. Er moest eens iets instaan wat volgens de super godsdienstigen 'echt' niet kon... Geen half werk dus.
(Bron: familiearchief f. van son:  nederlandse opvattingen over de komeet van 1618. ; de Statenbijbel; historiek.net wk51-2018).