zaterdag 18 februari 2017

Toeval bestaat niet...

Gisteren namen we bij wijze van uitzondering eens een dagje voor onszelf. José en ik. We reden samen naar het Centraal Museum in Utrecht in de Agnietenstraat. De auto dankzij na een vertrekkende parkeerder schielijk geparkeerd, nadat we een paar rondjes stapvoets gereden hadden over het Sint Nicolaas kerkhof. Rare naam voor een parkeerplaats... Maar wél weer op een steenworp afstand van het museum. Wij zijn daar sterk in. Daar merk je meteen de charme van ons steeds aantrekkelijker wordende eigen dorp, waar we gratis kunnen parkeren! Achttien euro dokken bij de parkeermeter is toch wel erg veel voor een paar uurtjes.....
Dat heb je in het centrum van een grote stad, denk ik dan maar.  We hebben zo langzamerhand al heel wat interessante musea bezocht. Nerlandse maar ook musea in Brugge, Berlijn, Zadar, Rhodos en ook op Corsica. Toch blijft het elke keer een verrassing. Wat zou dit museum ons weer brengen? Nou. Van alles wat, zo ontdekten we toen we een klein beetje gewend waren geraakt aan het doolhof dat het museum toch hier en daar wel is: De collectie? Oude meesters, moderne kunst, kastenvol Nijntje-boeken, het atelier van Dick Bruna en zijn stem en beeld van hem en diverse meubels van Gerrit Rietveld. Vreemd om dan bij thuiskomst ’s middags te horen dat Dick Bruna is overleden. De meester die generaties heeft weten te boeien, en nog, met zijn Nijntje-verhalen We hebben een hele stapel in de kast staan thuis. Nee..., toeval bestaat niet. Terug naar het museum. Zoveel verschillende stijlen bij elkaar. Er wat schilderijen uit de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw en ook moderne kunst, waarop José zo gek is. Uiteraard weigerde op zeker moment de lift dienst en waren we genoodzaakt om in het gebouw met de trap naar boven en beneden te gaan. Dat hebben wij weer.... Sommige ruimten ademden nog echt de sfeer van het voormalige middeleeuwse klooster en weeshuis, waarin het museum gevestigd is. Andere zalen en nissen waren heel modern ingericht. Ik vind een museum altijd de moeite waard. Zo ook dit. Na afloop nog een kop thee met taartpunt in het Centraal Café en daarna konden we voldaan terug naar huis. Maar niet dan nadat we aan de overkant, recht tegenover de ingang van ‘ons’ museum in de Agnietenstraat het Nijntje-museum opgemerkt hadden. Er ging net een vader met drie kleintjes naar binnen. Zou best leuk kunnen zijn voor onze kleintjes, zo schoot het door mijn hoofd. José bleek hetzelfde te denken. Ondanks het feit dat we eens een dagje voor onszelf kozen, zaten toch onze kleinkinderen in ons hoofd. Tja. Zo zitten Oma José en Opa Frans nu eenmaal in elkaar. Je leeft tenslotte niet voor jezelf alleen.
(Bron: José en Frans, dagje Centraal Museum Utrecht, 17-02-2017)










zaterdag 11 februari 2017

Het zit er aan te komen.....

Zo, even snel mijn weekendbericht op mijn blog en op facebook zetten.
Daarna naar het Dongemond college voor de Open Dag. Ik realiseer me dat het mijn laatste zal zijn. Gek, dat kom ik nu bijna wekelijks tegen, zo’n moment dat op school ‘het laatste’ is. Maar goed, daar wilde ik het niet over hebben deze week. En over NAC al helemaal niet. Ze halen niet eens de nacompetitie op deze manier. Wat een doffe ellende.

Het carnaval staat voor de deur. Veel mensen zijn beneden de rivieren al druk met voorbereidingen bezig. Waar komt dat carnaval vandaan? Voor de Romeinen was februari de maand van reiniging en boetedoening (Februus, de god van reiniging) en voor de Germanen de maand van de vruchtbaarheid. In beide gevallen grote feesten met verkleedpartijen, maskers, ‘muziek’ maken op potten en pannen en vooral ook bovenmatig eten en drinken.

Niks nieuws onder de zon dus in vergelijking met het huidige carnaval. De katholieke kerk was bepaald niet gelukkig met deze ‘Heidense’ tradities. Verbieden werkte niet, dus verpakte de kerk die tradities slim in een chrstelijke feestdag. Vastenavond, die voorafging door carnaval, is daar een goed voorbeeld van. In 1091 stelde de katholieke kerk in het Concilie van Benevento ‘Aswoensdag’ officieel vast als het begin van de Vesten, die 40 dagen duurde, tot aan het Paasfeest. De traditionele, uitbundige feesten, met volop eten en drinken, werden beperkt tot de laatste 3 dagen vóór die ‘Vasten’. Carnaval was geboren. Er werd carnaval gevierd tot uiterlijk vastenavond, de avond vóór Aswoensdag, om twaalf uur ’s nachts. Tijdens de vasten werd geen vlees gegeten. Ook eten van taart en snoep was verboden. Ik weet nog goed dat ik als kind een eigen snoeptrommeltje had en dat daar alle snoepjes in moesten die ik kreeg. Met halfvasten en met Pasen mocht dat snoeptrommeltje open, met buikpijn tot gevolg.......

Het woord carnaval komt waarschijnlijk van het Italiaans: ‘carne vale’ (= vlees, vaarwel) of ‘carne levare’ (= het vlees opruimen). Na de middeleeuwen breidde het feest zich uit vanuit Italië naar andere katholieke streken in Europa. In de loop van de 16e eeuw veroorzaakte de Reformatie een scheuring. Protestanten ten noorden van de grote rivieren, de Rijn en de Maas, katholieken ten zuiden daarvan. Dit betekende vooral voor de noordelijke streken, dat het carnaval niet meer massaal en uitbundig op straat gevierd werd. Uitbundigheid en losbandigheid paste niet bij protestanten.

Ronald, onze schoonzoon, komt uit ’s-Hertogenbosch; een echte carnavalsstad. Geen wonder dat Meike en onze kleinkinderen uit dat gezin nu al in carnavalstijd volop meedoen. Oma José werd niet zelden gevraagd om een carnavalscreatie te maken.

Onze kinderen vierden net als wij ook carnaval.  Een foto van José en haar vriendin uit 1969 toen ik José nog niet kende. Er is ook nog een foto bewaard gebleven in mijn familiearchief waarin mijn moeder ‘Oma van Son’ in carnavalstenue met een paar van haar kleinkinderen te zien is. Van links naar rechts zie je Tommy, Inge, Pieter en Meike. Elke was nog niet geboren.  Ik ben benieuwd hoe hun kinderen, (onze kleinkinderen), dit jaar verkleed naar de optochten gaan kijken.......
(Bron: Nieuwbrief Historiek: http://historiek.net/februari-de-maand-van-carnaval/56781/?utm_source=wysija&utm_medium=email&utm_campaign=week6 ; Omi van Son met vier van onze vijf kinderen met carnaval.En Oma José (L) in 1969 met haar vriendin naar Carnaval).


zaterdag 4 februari 2017

Misselijke week....

Dit jaar zou mijn vader honderd geworden zijn. Zou, want zoals je weet, stierf hij volkomen onverwacht al op 54-jarige leeftijd in 1972. Op de dag af vandaag 45 jaar geleden. Ik moest nog 21 worden. Die dag staat ook nu nog haarscherp in mijn geheugen gegrifd.  Ik zat op school in Tilburg; Geschiedenis en Nederlands tweede graads op de “nieuwe lerarenopleiding” aan de Tivolistraat, gevestigd in een grote villa. Toen ik op die normale doordeweekse dag thuis kwam tegen de middag, was mijn moeder niet thuis. Er lag een briefje. “Papa is niet goed geworden”. Een vreemd gevoel bekroop me. Ik wilde bellen en ging even naar John Jacobs. Daar in de winkel hadden ze telefoon. Wij nog niet. Ik belde mijn tante. “Kom maar hier naar toe”, hoorde ik aan de andere kant van de lijn. Ik op mijn mobyletje naar de Spadestraat. Ik hoefde niet te bellen. Mama deed open. Ik vergeet nooit meer dat ze toen zei: “We zullen het voortaan alleen moeten doen, jongen”.  Mijn benen konden me maar amper dragen; een soort doof gevoel alsof ik net uit een ruimte met harde muziek was gekomen, zoemde door mijn hoofd. Ik kan dat gevoel ook nu nog na 45 jaar in mijn herinnering terugroepen. ’s Ochtends had ik hem nog uitgezwaaid. Hij ging om tien over 7 altijd weg en zwaaide in het donker met zijn sigaretje, zodat wij terug konden zwaaien. En nu zou hij nooit meer thuis komen. Ik was van slag; woest en niet-begrijpend. Waarom juist mijn vader. Mama en de kinderen Marianneke, Marco, Lieke en ik als oudste konden toch totaal nog niet zonder hem......  Elk jaar rond die vierde februari moet ik weer aan die momenten terugdenken. Nee. Dat slijt echt niet. Ik voel me dan –net als deze week-  allerminst topfit. Ben emotioneler dan anders, kan mijn gedachten niet op orde houden en kom duidelijk veel energie tekort. Het leven gaat door. Ja ja....dat weet ik, maar als dan ons jongste kleinkind Cas dan juist in de afgelopen week zo ontzettend ziek en zielig is, zodat doktersbezoek, een ‘abonnement’ op de huisartsenpost, een spoeddoorverwijzing naar het ziekenhuis en zelfs een opname nodig blijkt,  dan heb ik het niet breed. Ik zou het graag van het manneke willen overnemen. Ik voel me dan extra machteloos, zo lijkt het. Dan laat ook het internet het afweten... Wat zijn mensen zoals ik toch eigenlijk rare wezens.... Gelukkig knapt onze Cas nu langzaam maar zeker weer op. Dan kan het normale dagelijkse leven tenminste weer zijn beslag krijgen. ’t Is maar niks als er een van de kinderen of kleinkinderen ziek is. 
(Bron: familiearchief f.van son: 4 februari sterfdag Cor van Son, 45 jaar geleden in 197; 2 februari 2017 Cas in Ziekenhuis).



zaterdag 28 januari 2017

'....niet om vragen...'

Afgelopen dinsdag mocht Oma José weer eens een keertje op haar passen. Ik heb het over onze kleindochter Robyn van drie-en-een-half. Ze komt niet zo erg vaak, dus een gezellige dag. Papa bracht haar ’s morgens en meteen al stond haar kwebbeltje al niet stil. Ze kan ontzettend goed praten en daar maakt ze dan ook goed en graag gebruik van. Ze oefent de hele dag als het ware. We worden er horendol van. ‘We’, want ik was ook zo rond twaalven thuis. Oma José was met ons dametje eerst naar de slager geweest. “Maar je mag niet om een worstje vragen, hoor”, had oma haar nog bezworen. “Ze schudde begrijpend van Nee”, liep daarop de winkel in en vroeg heel vriendelijk aan de slager: “Heb jij worstjes, maar ik mag er niet om vragen hoor”. Uiteraard had ze op die manier al snel haar fel begeerde worstje binnen. Daarna mocht ze nog even mee op de koffie naar tante Elke. Onze Robyn kon daar fijn met haar neefje Cas spelen. Bij ons las Robyn zelfs haar neefje voor uit het boekje van Dikkie Dik. Het leek alsof hij haar echt begreep. Cas is altijd in zijn nopjes als een van zijn neefjes of nichtjes komt en zich met hem bezig houdt. Met Robyn moet je wel de hele dag bezig zijn; samen spelen vindt zij het leukste. Ze maakte een kralenketting, begon met een kleurplaat met haar favoriete kleur ‘zwart’ en andere kleuren, die ze speciaal voor Opa maakte. Ze puzzelde ook en natuurlijk kwam ze de puzzel even aan opa laten zien. “Mooi, van een hertje”, probeerde ik. “Nee dat is Bambi”, liet onze wijsneus weten. De hele dag is ze bezig. Ze heeft volop energie. Maar het is altijd een feest als ze een dagje komt. Dat geldt voor al onze kleinkinderen. Wij hebben het echt getroffen. Aan het eind van de middag kwam papa haar weer ophalen vanuit zijn werk. Tot de volgende keer, Robyn! Uiteraard laat ik jullie nog even genieten van een paar fotootjes. Leuk hoor zo’n doordeweekse dinsdag. Dat geeft je weer volop energie. En ik kan zeggen, dat mijn gezondheid goed is momenteel. Niet te hard roepen, want het kan zo maar weer een stuk minder zijn, maar voorlopig is het ‘hebben is hebben en krijgen is de kunst’. Niets belangrijker dan gezondheid!
(Bron: familierarchief f.v.son: een dagje op Robyn passen 24-01-2017).





zaterdag 21 januari 2017

Een druk baasje.....

Ik begin nu echt zowat overal geconfronteerd te worden met mijn naderend pensioen. Thuis krijg ik alle mogelijke brieven thuis over mijn AOW en pensioen, die ik allemaal moet invullen. Op school realiseerde ik me dat ik op 16 februari de laatste keer de presentatiedag van de profielwerkstukken heb en enkele dagen ervoor staat de laatste open dag van het Dongemond voor de deur.
Ik ben er aan toe. Dat merk ik. Het interim-mentorschap dat ik sinds kort waarneem voor een zieke collega, kost veel tijd en energie. Dat ervaar ik. Ik wil er graag alles aan doen om iedereen uit mijn klasje te helpen slagen. Ook als voorzitter van de school- Medezeggenschapsraad denk ik al volop na over mijn opvolging. Ik ben dus eigenlijk met heel veel bezig tegelijkertijd. Want dan heb ik het nog niet eens over mijn voorzitterschap van de plaatselijke PvdA en mijn tijdverslindende hobby Genealogie en ook nog niet over het belangrijkste: José, de kinderen en kleinkinderen. Kortom, ik ben een druk baasje, vind ik zelf.

Afgelopen woensdag was jongste kleinzoon Cas bij ons. Oma haalde hem op en hij had ondanks de kou goede zin. Natuurlijk ging oma hem aanzetten om een knutselwerkje te maken voor zijn jarige moeder. Dat is traditie bij oma José. Het lukte wonderwel. Hij had er zin in, ons kleine inmiddels zeer beweeglijke en brabbelende baasje. Natuurlijk mocht hij weer bij oma en opa eten. We hoeven tegen hem nog niet te zeggen dat het een verrassing is, als hij met verve een plak- en kleurwerkje maakt voor zijn jarige mama. Daar is hij nog te jong voor. Gelukkig maar.

En dan dat eten. Meneer heeft al een echt eigen willetje. Kent het woordje ‘nee’ en schudt daarbij zijn hoofdje. Hij wil voortaan alleen en zelf eten. Dat is wel duidelijk. Wij genieten ervan en wat bij hem overboord gaat, dat ruimt oma wel op. Zijn mondje poetsen kan hij zelf. Leuk. Ik kan er straks over en paar maanden nog langer van genieten. Dat doe je immers vanzelf als opa en oma. Je zal het zien Patricia..........
(Bron: Familiearchief f.v.son: Cas lacht om de kou; Cas plakt 18-01-2017; Cas kan zelf eten 18-01-2017).







zaterdag 14 januari 2017

Bijna verplicht binnen blijven....

In de nacht van donderdag op vrijdag sneeuwde het. Het was weliswaar aangekondigd, maar ik heb dan altijd nog de stille hoop dat ‘hier en daar’ sneeuw, niet hier, maar dáar valt. Ik ben niet zo van de sneeuw, al geef ik wel graag toe, dat het voor de kleintjes een extra verrassing is. Dat merkte ik bij voorbeeld aan Youri en Cas. Daarom vind ik wel dat er elk jaar een tijdje sneeuw mag liggen. Nou ja, vind ik. Ik heb natuurlijk niks te vinden als het om het weer gaat... Jammer is dat. Voor mij hoeft het niet, die gladde nattigheid. Je zal er mij dan ook nooit op kunnen betrappen dat ik op het internet of in boeken zoek naar ski- of sneeuwvakanties. Mij niet gezien. Prachtig om vanachter glas te bekijken. Dat mooie witte landschap. Dat wel. Maar mijn spieren spannen zich al automatisch stevig aan,  zodra ik een stap buiten zet. En toch moest dat ook vrijdagochtend. Zoals je weet ga ik al sinds 2011 drie keer per week naar de fysio en dat was ook gisterochtend vroeg het geval. Ik moet zeggen; er was goed gestrooid, of was het misschien vanzelf weggeregend of gesmolten op wegen en fietspaden? Wel prettig. Alleen lopen door de straat is wat minder. Bijna niemand veegt de sneeuw nog weg of maakt een paadjes voor de voetganger of de moeder met kinderwagen. Dat lijkt uit de tijd. Nou, dan blijf ik toch gewoon binnen...... Zo’n vrijdag als gisteren was voor mij weer een uitgelezen dag om achter mijn laptop in binnen- en buitenlandse bronnen en literatuur te speuren naar een van mijn voorouders. Jaaa..., ik hoor je al denken: ‘je moet er maar zin in hebben’. Klopt! En dat heb ik dan ookMet een heerlijk zonnetje werkt het prettig. José heeft op vrijdag met uitzondering van Anouk, die ze naar school brengt, geen oppaswerk. Tijd voor het huishouden en een beetje voor zichzelf. Gisteren maakte ze eindelijk na lang wachten, veel vragen en zoeken, knippen en plakken, de fotolijst met onze acht kleinkinderen in orde. Niet alles past, maar ja. Je kan niet blijven wachten. Ik kan je die fotolijst niet onthouden. Kijk zelf maar wat een schatjes. De kleinkinderen zijn onze trots en oma staat bij elk van de acht hoog op het lijstje. Terecht ook, want echt niets is haar teveel als het om onze kleintjes gaat. Ze had keelpijn en had griep deze week, maar dat was voor haar geen reden om het bed of de bank op te zoeken. Op woensdag en ook op  donderdag hadden we kinderen en kleinkinderen te eten en dan hoor je vaak de kleintjes zeggen “Lekker Oma”. Dat is leuk en ik vind, ook wel terecht. Want Oma is een echte keukenwonder. Ze maakt graag iets extra’s van een normale pot, zoals donderdag van bij voorbeeld boerenkool. Ook haar zelfgemaakte nasi met verse groenten is een aanrader. Kan ook ik lekker van genieten!
(Bron: familiearchief f.van son: sneeuw 13-1-2017; kleinkinderen januari 2017).