zaterdag 13 mei 2017

Een flinke tik...


Nee. Het heeft niets met boksen te maken. Maar soms kan je wel eens volkomen onverwacht een behoorlijke spreekwoordelijk klop met de hamer krijgen. Het was afgelopen week weer maar eens zo ver. Mocht ik in de vakantieweken nog met volle teugen genieten van heerlijke dagen in Hoog Vaals met Bram, Inge en de beide dames; energie opdoen van fijne stamboomritjes naar Wallonië, Waals Brabant en het Duitse Reinland-Palts. Plotseling was het afgelopen. ’s Nachts raakten mijn spieren in mijn linkerbeen om de een of andere reden plotseling weer in een flinke verkramping en die is er sindsdien ook niet meer uitgegaan. Snel spookt het dan door mijn hoofd: heb ik misschien iets fout gedaan? Te veel gedaan? Niet zo nuttig, want daarmee gaat het niet vanzelf weg. Maar ja, ik wil zo graag alles zelf in de hand houden en dat blijkt gewoon niet te gaan. In vergelijking met voorgaande keren, -want dit spiergedoe is immers niet nieuw voor mij-, leek er dit keer toch wat meer aan de hand. Normaal gesproken houd ik het met handenvol paracetamolletjes en clobazamtabletten wel een tijdje gaande, geholpen door de fysiotherapeut die drie keer in de week de onwillige spieren tot andere gedachten probeert te brengen. Maar nu speelden die clobazamtabletten me parten. Ik kon niet slapen en moest als het ware hele nachten alle mogelijke en onmogelijke dingen doen en ondergaan. Mijn bed leek wel kilometers lang en breed en voorzien van alle mogelijke ‘obstakels’. Daar moest ik kruip-door-sluip-door mee spelen als in mijn beste tijd in de grotten tijdens onze vakantie vorig jaar op Lanzarote. José zocht zelfs tijdelijk het logeerbed op om mij maar zo veel mogelijk rust te gunnen. Na een paar dagen gebrek aan slaap en rust (in de hoop dat het vanzelf weer weg zou gaan), was ik echt aan het eind van mijn latijn. Overmorgen zou ik weer de nieuwe werkweek beginnen na de vakantie. Maar ik bleek mijn, in de maanden hiervoor zorgvuldig opgebouwde, energie, nu al volledig te hebben gebruikt en was daarom toe aan de laatste strohalm: de huisarts.
José ging mee. En ik was er blij mee. Ik tolde zowat. Die akelige onruststokende tabletten mocht ik weg doen. Ik kreeg andere en mocht ook de onwillige plekken met zalf gaan smeren. Even ophalen die tube: 18 euro voor één tube! Wat een raar zorgstelsel hebben we toch. Je betaalt je al scheel aan peperdure maandelijkse zorgpremie om onder meer de noodzakelijke fysio te krijgen; moet daarnaast al veel tabletten zelf betalen en nu ook nog eens 18 euro voor een tube zalf. Alsof ik zelf om die spieren gevraagd heb. Ik doe alles om in de running te blijven en betaal me intussen gek voor een beetje gezondheid. En als ik me nu elke avond ladderzat zoop en als kettingroker en fastfoodbunkeraar door het leven zou gaan, dan had ik mijn mond moeten houden. Maar nu...... Goed. Ik kan weer kritiek spuien. Het gaat dus toch langzaam weer beter met me, al merk ik er zelf nog weinig van.
Ik kreeg andere, duidelijk zwaardere tabletten van mijn huisarts. Je wordt er suf van, je spieren voelen als staalkabels die het elk moment kunnen begeven. Dan maar wat paracetamol erbij en ik laat de fysiotherapeuten hun weldadige werk doen en slik ondertussen trouw mijn pilletjes. Wat moet ik anders.....
Ik begin aan die suffe pillen wat gewend te raken en van woensdag op donderdag had ik voor mijn gevoel weer redelijk geslapen, al zag ik het toch nog 3, 4, 5 en 6 uur worden. Maar toch. Maar van donderdag op vrijdag was het weer doffe ellende. Een paar uur warm nachtelijk bad hielp er niets aan.
Zo lief als dan kleine Cas opa een mooie tekening komt brengen. Zo hartverwarmend als Youri zijn neefje Casje nog beter dan gebruikelijk helpt uitkijken, dat ze niet tegen opa’s ‘zere’ been stoten, als opa met de scootmobiel naar de prachtige nieuwe tuin komt kijken. Ik mag niet klagen. Ze slepen me met zijn allen, –José voorop-, weer door deze ellendige periode heen. Toch zou ik gelukkig zijn als ik morgen weer, zoals anders, strompelend door het huis en over straat kon gaan. Moed houden. Morgen is het moederdag. Van mij mag dat elke dag zijn. Niemand die het zo verdient om in het zonnetje gezet te worden als José. Zij is de ‘klittenband’ die onze hele club bij elkaar houdt en mij aan de slag. .....en ik ben niet echt gemakkelijk.
(Bron: familiearchief f.van son. Spierkrampen, tekening Cas, blij met José en de kleintjes).



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen