Zegge en schrijven twee keer ben ik buiten geweest deze week. Eerst voetje voor voetje door de achtertuin, naar de scootmobiel en via de brandgang naar de straat rijden. Doel van die hachelijke ondernemingen was de fysiotherapie. Want ik loop nu nauwelijks, -enkel op en neer naar de toilet in de gang-, dus moest ik wel twee keer per week naar de fysio gaan. Zeker omdat de week tussen kerst en nieuwjaar ook geen fysio mogelijk was. Niet dat ik elke dag mijn oefeningen thuis vergeet. Nee. Ik stap elke ochtend op de hometrainer en maak dan tweehonderd omwentelingen met de trappers. Dan is mijn toch ondanks alles wel sterke hart weer op gang geholpen. Maar nu ik niet naar buiten kan, loop ik ook niet naar de auto of in de winkel, waardoor ik toch wel wat stijver ben geworden. Fijn dat er fysio is! Ik vind het op Zich niet zo lastig om thuis te blijven ik heb genoeg om handen. José heeft er veel meer moeite mee. Zij wil elke dag toch wel even weg uit huis. Zo maar een stukje rijden langs leuke weggetjes of bos of een boodschap. Ze wordt wat onrustig, als ze een hele week moet binnenblijven. Prettig dat Elke aanbood om even mee boodschappen te gaan doen.
Niet omheen
Ik kan er natuurlijk niet omheen. Sneeuw. Ons land ligt zowat plat. Maar laat ik het bij de liefhebbers van de sneeuw houden. Daar hoor ik overigens ook bij. Ik kan er tijden lang naar kijken. Die witte wereld is prachtig van achter glas. De bomen dragen de sneeuw, de takken zijn wit en het landschap ziet er prachtig uit. José denkt natuurlijk al onmiddellijk aan een schilderij van een winterlandschap, bij voorbeeld in onze tuin. Maar wie er echt blij mee zijn, dat zijn de kleinkinderen, denk ik zo maar. Sleeën en in de sneeuw spelen. Ik weet niet of de scholen waarop onze kleinkinderen zitten, de term ‘ijsvrij’ al in het rooster hebben opgenomen. Ik kan me één keer vaag herinneren, dat ik ijsvrij heb gehad. Als kleuter. Er lag zo veel sneeuw, dat er geen doorkomen aan was. Thuisblijven dus toen. Ik is al weer wat jaartjes geleden, dat we een behoorlijke hoeveelheid sneeuw kregen. Dat moet in de coronatijd zijn geweest. Ik heb nog foto’s in mijn archief waarop Cas met papa en mama langs kwam. Buiten blijven natuurlijk, en wij zwaaien van achter glas en uit de open voordeur. Maar hoeveel sneeuw er ook ligt nu, het is nog niets, vergeleken met de strengste winter uit de afgelopen eeuwen. Die van 1708 op 1709.
Da’s pas winter
Die winter van ruim 3 eeuwen geleden kende bij voorbeeld in Friesland een temperatuur van min 24 graden celsius. Er zijn natuurlijk mooie verhalen bekend. Zo zou de inkt in de inktpot bevroren zijn in Dendermonde, zelfs bomen die onploften van de extreme koude (schijnt te gebeuren bij wekenlange strenge vorst met loofbomen). Volgens de meest gangbare cijfers zouden in Frankrijk alleen al meer dan 500.000 mensen omgekomen zijn in die vreselijke winter. Vogels vielen massaal dood neer, vee die stierf bij duizenden. Van Rusland tot Zuid-Italie, van Noorwegen tot zuid Spanje van de Oeral tot Ierland vroren alle rivieren dicht, en was er zelfs zee-ijs in de Middellandse Zee. Vissers vroren massaal dood op hun boten.
In die verschrikkelijke winter begon de zwaarste koude op 6 januari en dat zou tot diep in maart voortduren. Tot diep in april kon je wandelen op de bevroren Oostzee, lagunes in Venetië bleven 2 maand dichtgevroren. Het Zweedse leger moest alle militaire activiteiten staken, omdat de paarden massaal doodvroren in de stallen. Door dit fenomeen van die vreselijke winter werd massaal de aardappel geïntroduceerd in Europa als voedingsmiddel. Pas tegen de vooravond van de Franse Revolutie zou er weer een reeks superkoude winters zich voordoen in heel Europa.
Die van 1963
Ik kan me de winter van 1963 nog heel goed herinneren met de elfstedentocht met de heroïsche winnaar Reinier Paping op de Bonkeveen in Leeuwarden. Toen was het in ons land ook bar en boos wat het vriezen betreft. Bij de start vroor het liefst 18 graden op die 18e januari. Om 9 uur was de temperatuur opgelopen tot ongeveer -4°, maar een noordoostenwind stak rond die tijd op en nam geleidelijk toe tot krachtig. De temperatuur daalde van -6° om 11 uur tot -10° tegen middernacht. De combinatie van matige vorst met de krachtige en af en toe harde oostenwind zorgde voor een zeer lage gevoelstemperatuur. Daarnaast was er veel stuifsneeuw, terwijl over Friesland al een pak van 20 cm sneeuw lag. Het ijs was op veel plekken amper begaanbaar. In het ijs zaten ontelbare scheuren, hobbels en spleten.
Genoeg zo, over de sneeuw. Honderden vluchten op Schiphol vielen uit; de treinen reden nauwelijks normaal en bussen reden vrijwel niet. Een paar dagen deze hoeveelheid sneeuw kan ons land duidelijk niet aan, ondanks het vele werk van de strooiers en sneeuwschuivers van onder meer Rijkswaterstaat. Veel straten bleven nauwelijks begaanbaar. Maar het is mooi om te zien. Alleen als het dooit, blijft er een onbeschrijflijke bende achter. Van de mooie witte wereld is dan nog bar weinig over. Ik moet zeggen dat zelfs het fietspad op weg naar de fysio donderdag mooi schoon was. Dinsdag overigens nog niet. Wel is het een hele tour om van dat fietspad een bocht te maken of de weg op te rijden om over te steken. Daar moet je een ongelijke hobbel ijs over en dat valt niet mee. De bemanning van de strooiwagens en sneeuwschuivers hier in onze gemeente verdient wat mij betreft een tien met een griffel. Over de anderen kan ik niet oordelen. Mijn wereldje was deze week erg klein…
Gezellig
José vindt het gezellig als er af en toe iemand komt eten. Dit keer nodigde zij het gezin van Elke uit. Altijd gezellig, al kon Wouter er niet bij zijn. Voor de komende week is Meike al uitgenodigd. Zij komen vrijdag genieten van oma's kookkunt. Want dat kan ze nog altijd.
(Bron: familiearchief f. van son)
























