zaterdag 23 augustus 2025

Onze betreurde Kroky.....

Onze bejaarde kater Kroky is er niet meer. Hij blies na 21 jaar en vier maanden afgelopen donderdag zijn laatste adem uit. Daarmee kwam een einde aan wat de laatste dagen een lijdensweg voor hem was. Hij was al lang niet meer de oude. Maar nu zakte hij zo nu en dan door zijn poten. Hij at nog nauwelijks; drinken deed hij toch al niet veel. Hij was te zwak om nog actief te zijn. Hij kon zelfs de lastige vliegen niet meer verjagen van zijn vacht. We hebben hem noodgedwongen uit zijn lijden moeten laten verlossen. Donderdag om 10 over 12 hebben we hem naar de dierenarts moeten brengen. Voordat hij zijn laatste adem uitblies, was hij gelukkig al rustig in slaap. Hij heeft er niets van gemerkt. Nog meer ellende is hem bespaard gebleven.

We hebben jarenlang voor hem mogen zorgen. Ik zie nog Anouk, onze kleindochter binnen komen. Kleine Kroky, die vroeger bij het vorige baasje nog Daimo heette, kroop van schrik onder de grote kast. Daar bleef hij geruime tijd zitten. Wij noemden hem Kroky of liefkozend Krokus. Kroky kon boos zijn als wij weg waren en iets later dan het tijdstip waarop hij normaal eten kreeg, pas thuis kwamen. Hij liet zijn ongenoegen dan duidelijk blijken. Hij kon ook best een half uur voor de bank zitten staren richting José. Hij vond, dat hij dan al toe was aan zijn gezonde snoepjes halverwege de avond. Geduld, dat woord kende hij niet. ’s Morgens en ook’s middags bleef hij miauwen als het naar zijn mening etenstijd was. Zijn klok was de laatste weken ook volledig van slag. Onze Kroky was onze vriend. In het begin kwam hij wel bij ons zitten, maar sinds enkele weken deed hij dat niet meer. Tot afgelopen maandag. Toen kroop hij bij José op schoot en bleef daar tot onze verbazing lang liggen. Achteraf moet dat zijn afscheid zijn geweest.

Nu kan José langzaam maar zeker denken aan inrichting van de ‘nieuwe’ achtertuin. Kroky vertikte het om in de kattenbak zijn behoefte te doen. Dat gebeurde dus in de tuin. En José maar scheppen. Dat is nu verleden tijd. We missen onze krokus nu al. Maar het was beter zo.

(Bron: familiearchief fvan son). 

 








zaterdag 16 augustus 2025

Het is weer voorbij….

Het leven gaat zijn gangetje weer. De scholen worden komende week weer opgestart en de gewone gang van zaken begint weer. De vakantie is voorbij. Ik heb van de kinderen begrepen, dat zij stuk voor stuk op een fijne vakantie kunnen terugkijken. Gisteren kwam de laatste terug. Je weet dat Youri gek is van voetballen. Voor hem kon de vakantie natuurlijk niet meer kapot toen hij met papa mee mocht naar Dortmund, naar de wedstrijd Borussia Dortmund tegen Juventus. Toen hij ook nog eens een shirtje kreeg van Dortmund was het helemaal feest. Maar ook de anderen hadden en fijne vakantie, in eigen land of buiten onze grenzen.

Hittegolf

Afschuwelijk, die hittegolf. Ik kan maar amper aan voldoende zuurstof komen en kan ook mijn warmte niet kwijt. Dat betekende in de auto met de airco aan, thuis met de airco aan en een ijsje af en toe uit onze vriezer. Het is te warm voor ons. Maar ik gun het de zonliefhebbers van harte; vroeger kon het ook voor mij niet warm en zonnige genoeg zijn. Ik ben gelukkig dat het in het weekend even wat minder is.

Gehaktballetjes

We beginnen maandag tussen de middag met gehaktballetjes met oma’jus. Zoals gebruikelijk komen drie kleinzonen ook dit schooljaar weer op maandag bij ons lunchen. Cas dacht dat hij aan de beurt was om te kiezen en toen werd het gehaktballetjes.

Uit logeren

Hij had het al diverse malen gevraagd. Maag ik in m’n eentje bij oma logeren. Donderdagmiddag was het dan eindelijk zo ver. We weten dat hij van vis houdt, dus had oma een heerlijk maaltje sperciebonen met aardappeltjes en zelf gebakken zalm gemaakt. Hij smullen en het was gezellig. Natuurlijk moest Cas ook nog even op en neer met de traplift van opa. Als kleinkinderen bij opa en oma logeren, doen we traditiegetrouw meestal iets leuks. Dat betekende dit keer dat we Cas meenamen naar nationaal Park de Hoge Veluwe. Hij hoopte vanzelfsprekend, meer nog dan oma en opa, dieren te zien. Maar dat werd dit keer een flop. We hebben al eens een vosje, wolf, herten en wild zwijn gezien, maar dit keer was het dus veel flora maar geen fauna. Een versnapering in het theehuis verzachtte een beetje de teleurstelling. ’s Avonds na een hele lange file weer terug naar huis, maar niet nadat we nog even een aangekleed frietje namen natuurlijk. Doodmoe kwamen we alle drie thuis. We leverden Cas thuis af.

De deur

Hij viel maanden geleden in het slot, Was er niet meer uit te krijgen. De binnendeur naar de kamer moest daarom met geweld worden geforceerd. Daar kwam hij niet ongeschonden uit. Pieter zorgde ervoor, dat we onze deur niet tot in lengte van jaren met een zware steen moesten dicht houden. Bedankt Pieter!

Of we vandaag naar Willemstad gaan om bij onze zeevisser weer vis te halen, dat weet ik nu nog niet….

(Bron: familiearchief f. van son).







 

zaterdag 9 augustus 2025

Mijn eerste vakantie…..

Ik zit zo af en toe wel eens wat te mijmeren over toen. Over vroeger dus. In deze vakantieperiode gingen mijn gedachten zo uit naar mijn allereerste echte vakantie als kind. Dat moet zo aan het einde van de jaren zestig zijn geweest in de vorige eeuw.

Dagtrip

Daarvoor was onze vakantie gevuld met deelname aan het vakantiekinderwerk. We gingen dan met de bus naar de zandafgraving tussen Oosterhout en Dorst en daarna lopend naar Surae. Toen kon je nog op de zandafgraving naar hartenlust spelen. Hondenpoep was er toen nog niet…. Ook gingen we een keer per week naar de speeltuin in de Talmastraat in Breda, vlakbij het TVC-terrein. Daar kon je spelen, kreeg je een glas limonade en at je je meegebrachte boterhammetjes op. Mijn moeder was toen hulpleidster. Zij stond mevrouw van Thiel bij, die de grote aanjager van het vakantiekinderwerk bij ons was. Een keer gingen we per jaar zowel met mijn ouders als met het vakantiekinderwerk op ‘grote reis’. Je moet dan denken aan Rotterdam voor een spido rondvaart of naar een of andere dierentuin of pretpark, dat toen nog betaalbaar was. Heerlijk die vakanties. Ik kijk met plezier daarop terug.

Weken weg

Maar die eerste echte vakantie ging naar het Zilverstrand in Mol in België. Op de fiets uiteraard. Met het hele gezin. Mijn vader was er niet zo dol op, om op vakantie te gaan. Maar hij genoot toch, alleen al omdat de kinderen, wij dus, het naar hun zin hadden. Alles op de fiets geladen, alleen de bungalowtent en mijn klein tentje werden gebracht door Ome Koen Molkenboer, die met de kever reed.

Ik kan me die eerste fietstocht naar de vakantieplek nog herinneren als was het gisteren. Het weer was niet zo best. We fietsten de 65 kilometer via Ulvenhout, Baarle-Nassau, Turnhout, Retie en Dessel naar Mol. Toen we een brug over een kanaal over moesten (was dat het Albertkanaal?) kreeg ik een lekke band. We hadden uiteraard de fietsspullen bij ons en papa plakte snel de band. Toen we de brug weer naar beneden reden, bleken we bij de ingang van de camping te staan. Zo dicht bij waren we. Een lekker zwembad, bosgebied en een Belgische ijsboer, soepboer en visboer die langs de weg reden om campingbezoekers van een versnapering of visje te voorzien. Het waren fijne vakanties, want we zijn er wat jaartjes na elkaar naar toe gefietst. Ik kan nog de weg naar Mol dromen. De kampkaart van mijn ouders en de foto van de kapotte band heb ik uit het archief opgediept.

(Bron: familierarchie f. van son)



 

zaterdag 2 augustus 2025

De herinnering blijft....

De foto van José die een schilderij bekijkt in het Cobramuseum, is zes jaar geleden genomen. Toen bezochten wij nog vaak musea als we weer eens een tripje met de auto maakten. Nu ik nauwelijks meer mobiel ben en zwaar aangewezen op twee loopkrukken om met moeite een kleine aftand te lopen, komt dat er niet meer van. Dat doet me verdriet. Vooral omdat ik weet dat José zo graag met mij musea bezocht in binnen- en buitenland.

Onze oudste dochter Inge vroeg José sindsdien al eens mee naar de Biënnale in Oosterhout en onlangs nog naar het Museum Moya voor modern young art. Ik weet dat José dat wel leuk vindt, maar ik weet ook, dat zij dat misschien liever nog met mij had willen doen. Gelukkig kunnen we nog andere dingen doen, maar dat door musea en door stadjes slenteren is er nu niet meer bij. Dat doet ook José pijn, die graag leuke en mooie dingen ging bekijken.

Jaren geleden hebben we al veel musea van binnen gezien zoals het Louvre, museum Van Abbe, en het Boymans, het Cobra museum, museum De Pont, het historische museum in Zadar, het museo de Cesar Manrique op Lanzarote, het gevangenismuseum in Drente, textielmuseum, panorama mesdag, Kröller-Muller, oorlogsmuseum, Museon en omniversum, Brabants Museum, Brabants Natuurmuseum, Zuiderzeemuseum, Museum met werk van Dali in Brugge, Römisches-Germaniches Museum in Keulen, de musea in Breda en met de schildersclub in Gent naar het Museum der schone kunsten, toen het ‘lam gods’ daar werd gerestaureerd. En dan ben ik er zonder twijfel nog heel wat vergeten. José deed er soms ideeën op voor weer nieuwe schilderijen. Als we niet naar musea gingen, dan reden we op onze langere tochten naar plekken, die ik tegen ben gekomen tijdens het onderzoek naar de herkomst van mijn voorouders. Zo kwamen we in Landen bij een opgraving uit de begintijd van de middeleeuwen, in de Adijruïne van Villers, bij de Abdijen van Floreffe en die van Tongerlo, bij oude kastelen en resten daarvan en in kerken in België en Duitsland en in diverse oude stadjes en bij overblijfselen uit de middel-eeuwen in zuid-België. Tijdens een vakantie op Rhodos bezochten we opgravingen uit de Griekse tijd en in Split brachten we zowel bovengronds als ondergronds een uitgebreid bezoek aan het paleis van Diocletianus, de Romeinse keizer. Wereld erfgoed. Natuurlijk moesten ook de Dom van Milaan en het San Marcoplein in Venetië ons een tijdje dulden. Evenals de Dom van Keulen en uiteraard die van Aken, met museum uit de tijd van Karel de Grote.

Toen kon het gelukkig allemaal nog. We houden van historie, mooi, groen en water. Andere ritjes gaan en gingen daarom naar de Biesbosch, de Noordzee, het IJsselmeer, de Waddenzee,  de Veluwe, de bossen rond Breda en vaak ook naar het terrasje van de paters in Meerseldreef of bij de abdij van Postel. De inwendige mens wil immers ook wat.

Periodiek

Zowat eens per half jaar rijden we door de Westerscheldetunnel naar Zeeuws Vlaanderen. Doel is dan Morres Meubelen en een andere winkel in Hulst. We hebben het afgeleerd om via Antwerpen heen of terug te rijden, want dat is altijd verkeersellende door dat geknutsel aan de weg daar. Dat doen ze hier beter. Ik moest woensdag wel behoorlijk omrijden naar onze oudste zoon met zijn gezin, omdat de A27 dicht was boven Gorinchem, maar terug was het gewoon open. Terugkomend vanuit Hulst op donderdag moest ik ook rekening houden met een gesloten stuk weg tussen Roosendaal en Breda. Ik weet de reg, dus heb gewoon een omleiding gepakt. Rond Antwerpen laten ze het verkeer gewoon doormodderen tussen de werkzaamheden door. Gek hé, dat er dan veel oponthoud is.

Opstarten

De tropische hitte is nu achter de rug voorlopig, zo lijkt het; de kinderen zijn bijna allemaal weer terug van vakantie en over enkele weken begint het nieuwe schooljaar weer. Ik ben ook weer begonnen met het schrijven van mijn wekelijkse pagina in het weekblad De Langstraat. Dat verscheen de afgelopen twee weken vanwege de vakantie niet. Ik denk dat ik me bij het volgen van de politiek en het bestuur in onze gemeente in de Raadzaal kan voorbereiden op een lange verkiezingsstrijd. In feite is die ook al begonnen, al wordt de nieuwe Raad pas in maart volgend jaar gekozen. Ik hoop het nog een tijdje te mogen meemaken.

(Bron: familiearchief f. van son).





 

                                   

zaterdag 26 juli 2025

Over wolven en serpenten.....

Nee, ik ga het niet over dieren op de Utrechtse Heuvelrug hebben en over vervelende kinderen. Ik ben voor het weekendbericht van deze week weer eens in mijn familiegeschiedenis gedoken. Voor de broodnodige variatie, zoals dat heet.

Na de vrede van Munster die in 1648 een einde maakte aan de tachtigjarige oorlog, kregen de mensen, waaronder mijn katholieke voorouders het moeilijk. Godsdienst belijden leek er voor velen niet meer bij. Maar men liet zich niet voor één gat vangen. In 1652 staat in een van de visitatieverslagen “Het volck gaat ’ter misse’ opten bodem van Oosterhout”. Ze gingen in Oosterhout  naar de kerk dus. Ook ontstonden er kennelijk op diverse plaatsen “Paapse bijscholen”. Maar die schooltjes was geen lang leven beschoren. Uit verslag van 1658 blijkt dat er dat jaar in Gilze “geen papendienst” meer bestond en dat ook de ‘paapse’ bijschooltjes waren verdwenen. Onze voorouders Jan Janse van Son, zijn vrouw Mary Gerit Aert Pauwels Ravels en hun kinderen Jan , Gerart, Cornelia en Mayken hebben dat alles aan den lijve ondervonden. Het gezin van Jan en Mary woonde in het begin van de zeventiende eeuw aan de Tyvoort bij de kerk in Goirle. Begin 17e eeuw was dat een moerassig gebied, tussen de huidige Spoorbaan, de Turnhoutse Baan, Nieuwkerk en de Regte Heide.

Katholieke geestelijken vluchtten massaal de grens over naar de Zuidelijke Nederlanden, naar Poppel. Ook de Goirlese pastoor, Antonij Schoeffers, maakte dat hij wegkwam in 1638. Maar Goirlese katholieken bleken niet klein te krijgen. Bang als ze waren voor hun zieleheil, hadden zij er heel wat voor over om koste wat het kost, de zondagsmis bij te wonen, maar waar en hoe. Ze moesten daarvoor “een uur gaans” vanuit Goirle naar Nieuwkerk of Steenvoirt. Daar hadden de katholieken net voorbij de grenspaal met de zuidelijke Nederlanden een kerk gebouwd in de Spaanse, katholieke enclave in door Staatse protestanten bezet gebied.

Daarbij bleef het niet. Al in het najaar van 1639 trok al veel katholiek volk vanuit de regio Tilburg ook naar Alphen om er kinderen te laten dopen bij pastoor Wichmans en koster ‘Guillelmus Theodorus’ van Son, of in gewone mensentaal ‘Willem-Dirk’. Of hij (verre) familie zou kunnen zijn, ben ik niet nagegaan.

Angst zat er in die tijd goed in, vaak ook versterkt door de kerk. Zat het allemaal wel snor met hun eeuwig leven? Het doopsel werd er zelfs soms aangevuld met exorcisme. Dat gebeurde bij de dopelingen aan wie koster Van Son een nooddoop had toegediend. Gold dat doopsel wel. Hij was immers geen priester. Tussen 1641 en 1643 werden ook in Loon op Zand ongeveer 200 kinderen uit Tilburg en omgeving gedoopt. Ook daar werden ‘voor de zekerheid’ kinderen opnieuw gedoopt, omdat de vroedvrouw en niet de priester de nooddoop had gedaan. De kerk bemoeide zich met alles.

Op het Poppelse deel van Steenvoirt kwam met veel geld van gelovigen de grenskerk tot stand, die met Allerheiligen in 1650 plechtig in gebruik werd genomen. Nieuwkerk/Steenvoirt was een vooruitgeschoven Spaanse enclave in het door de Staatsen bezette gebied. Nadat de Goirlese pastoor in 1638 gedwongen werd te vluchten, werd een jaar later een grenskerk gebouwd. Het gebied dat tot dan toe Steenvoirt werd genoemd, kreeg voortaan de naam Nieuwkerk.

Volgens mededeling uit 1663 van pastoor Van Dijck, was de plaats waar nu de kerk stond, voorheen “plaats waar wolven en serpenten woonden”. Hij deed er dus kennelijk graag nog een schepje bovenop om de parochianen nog wat meer de stuipen op het lijf te jagen.... De wekelijkse stoet van gelovigen naar de kerk in Steenvoirt leidde tot ergernis bij de gereformeerde overheid. Maar de pastoor liet zich daardoor niet van de wijs brengen en hij ging onverstoorbaar verder. Hij gaf opdracht om er ook een pastorie en tevens herberg te bouwen: “een nyen huijs te stellen met eene camer daer aen voorsien met twee bedde-steden ende dat op onsen gront omtrent de nyeuwe kerck van dije van Tilborch, ter plaetse genoempt dye Coeijweijde  langs de straete, met verstande ende conditie dat de voorseijde camer altijt sal wesen ende blijven tot gerieff ende gebruijck van heer pastoirs ende capellaenen van Tilborch”.  Pas decennia later werd het wat gemakkelijker. Zowel in Goirle als Gilze, waar onze voorouders toen inmiddels woonden, kwam toestemming om in hun eigen dorp een schuurkerk te bouwen. De huidige Kapel van Sint-Jans-Gool ligt op de plaats van de voormalige grenskerk en werd gebouwd omstreeks 1820. Zo, dan ben je weer een beetje bijgepraat.

(Bronnen: familiearchief f. van son; Regionaal Archief Tilburg, Schepenbank Tilburg en Goirle 1604, protocollen en minuten van allerhande akten 256R Arch.nr. 14, deelnr. 346.; naleeswerk: Archief Bisdom Breda (ABB), gedeponeerde brieven I, inv.nr. 628; Gilze 1000 jaar, bijdrage tot de geschiedenis van Gilze. Hfd. 3. Blz. 78-85.) 



 

 

 

zaterdag 19 juli 2025

Over Geiteneind, Heieneinde en starende Kroky..….

José had het zaterdag, zondag en maandag erg druk gehad. Zaterdag met de boodschappen voor het etentje dat ze zondag gepland had met de schildersclubvrienden. Zondag waren er voorbereidingen en werd er gekookt, smaken gemengd en gebakken en zondagavond zo tegen half zes kwamen de eters. Het werd een heerlijk vijf gangen dinertje en José kreeg alle credits voor haar kookkunsten. Dat vind ik natuurlijk niet gek. Ik mag er elke dag van genieten. Maandag werd er afgewassen en opgeruimd en ging de stofzuiger en de ‘cleantenso’ van Leifheit nog over de vloer en toen was alles weer zoals José het graag heeft. Maar dat betekende wel, dat ze dinsdag helemaal afgebrand was en toe was aan een dagje rust. Dat is vrij vertaald voor haar meestal een paar uurtjes budget-terrasje onder de parasols bij de paters in Meerseldreef. Na de fysio voor mij reden we via het heerlijke mastbos naar België, maar Meerseldreef was afgegrendeld. Ik laat me natuurlijk niet voor één gat vangen en reed via de Meerlese kant toch nog Meerseldreef in en kon mijn auto prima parkeren. Niks aan de hand, zo leek het.

Afgeladen

Maar we waren maar net op tijd, want het altijd prijsvriendelijke en gezellige terras, waar José zo graag zit en tot rust komt, zou weldra helemaal afgeladen vol lopen. In de kleuren geel, groen, rood, rose en blauw kwamen er grote groepen die, naar wat later bleek, allemaal een buurtschap in en rond het dorpje Meerseldreef vertegenwoordigden. Op hun door de plaatselijke middenstand ruim gesponsorde teamshirts, stonden klinkende namen als ‘heieneinde’, ‘geiteneind’, ‘Meersel’ en zelf ‘Midden stad Meerle’. Ze waren al sinds zaterdag bezig, vertelde mij een deelnemer. Eerst met een dag voor de kleintjes en nu waren ze toe aan de volwassenen. Die hadden een spelletjesdag op het programma, die het beste kan worden vergeleken met zeskamp. Je kent het wel; de stoelendans, met zessen achter elkaar op een lange lat lopen, zaklopen met groepen van een man of acht in één zak, balgooien en nog veel meer. Dat deden ze onder veel plezier en grote hilariteit. Allemaal vanwege de kermis, vertelde een van de in het geel gestoken ‘meersel’-Meerlenaren. Kermis? dacht ik nog, maar dat merkte ik meteen, toen ik weer weg wilde rijden in de loop van de middag. Ik kon maar amper mijn parkeerplaats af. De grote kermiswagens stonden op de weg. Het lukte gelukkig en we konden weer naar huis. Videobellen daarna met kleinzoon Cas, want die was dinsdag jarig. Die verjaardag hadden we al eerder gevierd. Samen met de verjaardag van broertje Sem. Maar Cas werd die dag 10 en daar hebben we natuurlijk ook aandacht aan besteed.  

Kroky

Ik heb het al eens eerder over hem gehad. Kroky, onze bejaarde kat. En bejaard is hij, want in juni werd hij al 21. De problemen komen met de jaren, zo is dat bij mensen, maar ook bij katten kennelijk. Hij loopt constant achter José aan, als ze naar de keuken gaat ’s avonds. Hij blijft ’s morgens steeds maar piepen, ook al heeft hij al eten gehad. En waar José zich het meest aan kan ergeren is, dat hij, -als zij op de bank zit-, voor haar op de grond gaat zitten en haar aanhoudend aan blijft staren. Overdag ligt hij bij dit weer in de zon en dan weer in de schaduw. De kattenbak laat hij al tijden links liggen. Hij doet het tot grote ergernis eigenwijs als hij is, liever in de tuin. Dat is dus echt ellende. Als hij voor je zit en je aait hem over zijn koppie, dan komt hij terug en stoot je hand aan. Je moet doorgaan. Hij is een echte handenbinder geworden. Maar ja, wat wil je van een kater van 21, die zo ongeveer meer vel over been is geworden en nauwelijks eet of drinkt. We laten hem maar, maar soms is het best wel moeilijk om ermee om te gaan.

Donderdag reden we even door de natuur en vrijdag was het tanken geblazen bij onze zuiderburen. Altijd minimaal 40 cent per liter goedkoper en op de terugweg via Hoogstraten en Meerle doen we altijd weer even het terrasje bij de paters aan, als het weer tenminste meewerkt. Wie beweert, dat wij het niet druk hebben elke week……

(Bron: familiearchief f. van son)

 








 

zaterdag 12 juli 2025

Schijnbare rust.....

Het is vakantie, maar dat wist u al. Ook het noorden is nu met vakantie gegaan en dat betekent drukke wegen naar het zuiden dit weekend. Veel mensen zijn al dan niet per vliegtuig naar hun vakantieadres en wij zitten lekker thuis, genieten van normale zomertemperaturen. Het bevalt goed. Een ochtendje naar de kersenboerderij voor een kersenhofke en glas kersensap; een ritje naar speeltuin met terras de Zevenster, waar José zo kan genieten van de spelende kleintjes onder het genot van een kop koffie of trappist, of op ons gemak naar de kapper.

Eigenlijk hebben wij het nog nooit zo druk gehad als nu.

Woensdag trokken we natuurlijk naar de verjaardag van Emma, onze oudste kleindochter, die eindelijk 18 is geworden. Maar de meeste aandacht van José, -die verveeld wordt door pijntjes en zich niet zo lekker voelt-, gaat toch wel uit naar het klaproos-etentje dat wij zondag bij ons thuis hebben met enkele schildervrienden van José. Bij toerbeurt gaan we bij iedereen thuis eten. Het is dan extra gezellig en er komen de meest fantastische gerechtjes en combinaties op tafel. José wil ook proberen haar vrienden zondag een heerlijk  en vooral verrassend meergangendiner voor te schotelen. Ze bedenkt en zoekt receptjes en gaat naar de winkel om in huis te halen wat ze zelf nog niet heeft. Zoals je weet kookt José erg graag en ze doet het goed. Dat heeft ze voor een deel vermoedelijk van haar moeder geleerd, die als goede kok, in Zundert soms op bruiloften actief en gewaardeerd was. Maar de creativiteit is zonder twijfel van José zelf.

Over creativiteit gesproken: oudste dochter Inge haalde José donderdag op om een kijkje te nemen in het jongste museum van Oosterhout. Het MOYA, gevestigd in de voormalige prachtig omgebouwde Antoniuskerk. Die letter MOYA staan voor Museum Of Young Art. Uiteraard heeft José er weer ideeën opgedaan voor nieuwe kunstwerken, die zij dan steeds een eigen twist geeft. Ze vond het prettig, om te merken dat Inge toch wel voor een groot deel dezelfde visie op de kunst heeft als José. Het werd dan ook een prettige middag en ik kon rustig kijken naar de rit waarmee Mathieu van der Poel precies met één seconde de gele trui weer veroverde op roofvogel Tadeh Pogacar.

Vrijdag togen we naar de kapper, die volgende week probeert om op vakantie te gaan. We gingen deze week ook weer tanken in België. Ruim veertig cent per liter goedkoper. En dat betekent dat we steevast terug rijden langs Hoogstraten en Meerseldreef om te kijken of het terrasje bij de Paters open is. Je zit er echt heerlijk. Voor mij is er dan ofwel een kop thee, of een alcoholvrije Leffe blond. Ik kan dan lekker op mijn gemak onder de parasol zitten, als het maar niet uitzonderlijk warm is.

Ik wil het hier eigenlijk wel bij laten, deze week. Geniet nog van de zomervakantie. Je wordt wel wat melig van de warmte denk ik. Dan zie je een fotogeniek plekje en dat moet ik even vereeuwigen. Nooit zijn we tevreden in Nederland, zelfs niet als het wegdek nog vrij onlangs onder handen is genomen. Of is de gemeente weer vergeten om het bordje weg te halen…….Hoe dan ook: Prettig weekend!

(Bron: familiearchief f. van son)