Posts tonen met het label griendwerkershut. Alle posts tonen
Posts tonen met het label griendwerkershut. Alle posts tonen

zaterdag 6 maart 2021

Einde van een tijdperk...

Afgelopen donderdag kwamen Sem en Cas voor het laatst op donderdag bij ons. Tenminste, voortaan komen ze enkel op de donderdag nog tijdens vakanties. Maar dus niet meer elke week. Enkel op de vrijdagochtend komen Cas en Sem nog bij ons een boterham eten en brengt José Cas naar school. Sem wordt dan al rond kwart over twaalf opgehaald door mama.  Echt een einde van een regelmatig oppastijdperk dus als het ware. We hebben ervan genoten!

Frisjes

Maandag waren we al op pad geweest, maar dinsdag aan het eind van de ochtend fietsten en scootmobielden we de Biesbosch in. José en ik zochten ons gebruikelijke plekje op. Een bankje waarop we in zomermaanden vaak zitten. We kijken dan uit over het water en de natuur van een klein deel van de Biesbosch en vooral op de vele soorten bootjes van mensen die vanaf het water genieten. Nu was het eigenlijk best nog frisjes. Het kwam nog niet boven tien graden celcius uit. Er stond ook een fris windje. Een lekkere kop warme thee uit de thermosfles en een boterham maakten veel goed. José kookt tegenwoordig water en neemt de thermosfles en ook de theezakjes mee in de rugtas die bij mij voor in de scootmobiel gaat. Nee, die gebruikte theezakjes komen niet in de berm terecht. Ze gaan uiteraard in een plastic zakje mee terug naar huis. Niet iedereen denkt er zo over, zo zie je op de grond. Jammer dat er geen afvalbakje staat bij ‘ons’ bankje. Zal waarschijnlijk wel zijn, omdat het anders toch maar vernield zou worden. Ook de deur van de griendwerkershut was op slot. Ook tegen vandalisme waarschijnlijk. Vorig jaar werd die hut immers in brand gestoken. Nu is hij gelukkig weer helemaal gerepareerd. Dus eigenlijk wel begrijpelijk, dat de deur nog even uit voorzorg dicht blijft.

De natuur is ook aan het begin van de meteorologisch lente mooi om te zien. Je kijkt nog met gemak door het schaarse oeverhout en nog niet opgekomen riet. (Vroeger begon de lente gewoon op 21 maart!). Veel bootjes waren er dinsdag nog niet te zien. Twee om precies te zijn. Terwijl het bij iets warmer weer toch een af en aan gaan is van bootjes, boten en sloepjes. Je kan voelen dat de zon zijn best doet, maar er komt nog te weinig warmte vanaf om van behaaglijk te spreken. Nog een paar weken geduld waarschijnlijk. Weinig bootjes dus, maar des te meer eenden van verschillende maten en soorten. In de weilanden achter de dijk zaten er honderden, zo niet duizenden te rusten. We zagen zegge en schrijve één witte reiger. Dat is in de zomer wel anders.

Even iets anders. José maakte voor het gezin van Meike ‘witlof met ham en kaas’. Ze bracht het naar hun huis, want komen eten bij oma, is er dankzij diezelfde coronaregels nog niet bij. Eén volwassene met kinderen thuis, dat mag. Alleen in een park mogen honderden mensen hutje bij mutje bij elkaar komen, zo lijkt het. Feesten zelfs. José had eer van haar werk. Het smaakte heerlijk, zo liet Meike weten. Kleindochter Anouk had wat keelpijn. Niet naar school dus en daarom moest zij getest worden. Gelukkig geen corona, dus zij kon een paar dagen later gewoon weer naar school. Donderdag kwam Sem weer en moest Cas naar school. Gelukkig weer de gebruikelijke gang van zaken, gelukkig weer in deze akelige coronatijd. De kapper mocht ook weer beginnen. Wij hebben begin volgende week een afspraak. Het is hard nodig. Het haar van José en van mij zit van geen kanten meer.

Tuin

José gaat de tuin opknappen. Ook de tegels moeten met de hogedrukreiniger weer schoon worden gemaakt, anders kunnen de kleintjes straks niet buiten spelen. Gelukkig helpen Ronald en Wouter mee, om spullen naar ‘de stort’ te brengen. Dan is er ook in het schuurtje weer wat ruimte. De kinderen lieten op een berichtje van José al snel weten, haar wel te willen helpen. Fijn toch!

Ik ben tenslotte ook weer mondjesmaat aan het werk met mijn genealogisch onderzoek. Ik voel me al tijden niet echt gezond, dus daarom kan en moet het maar zo nu en dan. Tussendoor kijk ik wielrennen en skiën op TV. Ook prettig. De boog kan nu gewoon helaas niet gespannen staan. Vandaag Strade Bianchi en morgen begint Parijs-Nice. Nieuw seizoen.

(Bron: familiearchief f. van Son).



 

zaterdag 6 juni 2020

Dat was lang geleden….


Het was zes maanden geleden. Toen zagen we onze oudste zoon en zijn vrouw voor het laatst in levenden lijve. Na de verjaardag van José alleen nog bij een andere verjaardag denk ik. Op Tweede Pinksterdag konden we naar Vleuten toe. Zo maar een kort bezoekje uiteraard en op afstand. Lekker in de achtertuin gezeten, want toen was het nog stralend weer. En lekker gezellig bijgepraat.
’s Avonds mochten wij bij Inge en Bram en de meiden komen barbecuën. Heerlijk. Voornamelijk vis en je weet dat wij visliefhebbers zijn. Inge had een coescoessalade gemaakt en het was erg gezellig.
Het was een week met normale dingen, die toch prettig waren. Zo maakte José voor mij een nieuwe lange broek, zoals ze dat jaren geleden al deed. Nu een stuk moeilijker omdat mijn knie steeds verder naar binnen gaat staan. Gevolg denk ik van de terugloop van mijn spierkracht in de coronaperiode zonder fysio. En natuurlijk omdat ik nu eenmaal met die handicap opgescheept zit.
We zijn nog een keertje gaan fietsen in de Biesbosch, maar toch merk je daar dat de wind je aardig parten kan spelen in dat open gebied. We rijden liever zo nu en dan onder de bomen een klein beetje beschut. Gelukkig was de griendwerkershut, die in brand was gestoken, weer prachtig gerestaureerd. Aan het einde van de middag kwamen Cas en Sam met mama nog even achterbuiten spelen en de dag erna was het met fietsen en buiten zitten deze week gedaan. Het weer sloeg om.
Aan mijn hobby heb ik vrijwel niets gedaan, op het beantwoorden van enkele genealogische vragen na. Maar een zekere Marlies zorgde voor een extraatje. Een echt lichtpuntje uit het verleden. Zij had een foto, gemaakt in de Efteling, waar mijn vader, moeder, mijn zusje Lieke en ik nog opstaan. Leuk zo’n foto, al kan ik me van dat tripje niets meer herinneren.
Het doet me weer denken aan vroeger. Misschien kan ik dezer dagen de moed weer oppakken om verder te werken aan mijn boek over onze familie.
En ja. Maak je borst voor de komende periode maar nat. De rupsenplaag komt eraan. Over de demonstratie in Amsterdam – hoe nodig en belangrijk ook- houd ik er het zwijgen toe, op een opmerking na, die ik aantrof op een cartoon van Bas van der Schot in de Volkskrant.
Het coronaleed en de ploeterende zorgmedewerkers waren bij haar ‘min of meer toevallig waarschijnlijk’ even uit beeld. “My political live matters”. Zweverige Halsema in de bocht in haar slachtofferrol. Ik vind hem erg sterk. Ja, voor de duidelijkheid, die cartoon dan…… Van haar krijg ik braakneigingen met haar button, maar zonder ambtsketen, samen met haar politieke en andere geestverwanten de straat op, de anderhalve meter gewoon negerend en een middelvinger opstekend naar alle die ploeterende verzorgenden. Even niet aan gedacht? Ik hoop dat de Amsterdamse Raad zijn plek weet en wél aan corona denkt. Er zijn immers, naast de geteste doden nog eens evenveel niet getesten die het slachtoffer zijn geworden. Live matters! Daartegen steek je geen middelvinger op.
(Bron: familiearchief f.van son; De Volkskrant 5 juni 2020, blz. 27; Marlies ).






zaterdag 11 april 2020

Nu even niet…

Ik heb het dit keer even niet enkel over Corona. Al wil ik wel kwijt, dat ik meer dan 2500 doden en waarschijnlijk nog een keer zoveel, erg veel vind. Het zullen er immers nog meer worden, als ik het allemaal goed begrepen heb. De doden in de verpleeg en verzorgingshuizen, tot dinsdag ruim 280, waren ook nog niet meegeteld. En hoeveel mensen zijn daar nog bij, waarvan niet bekend is of zij aan corona zijn overleden, simpel weg omdat ze niet getest zijn. Er wordt nu eindelijk onder zorgmedewerkers getest, die buiten het ziekenhuis werken. Ik houd mijn hart vast.
José en ik hebben de fiets en scootmobiel gepakt. Niet in het weekend. We dachten dat het dan wel te druk zou zijn. Nee, op doordeweekse dagen, Wij hebben geprofiteerd van het schitterende weer en zijn lekker in de loop van de ochtend een ritje gaan maken. Nergens veel mensen te zien. Heerlijk om weer buiten te zijn en zon op je gezicht te voelen. Vitamine D geloof ik. Ook achter in de tuin zitten in het zonnetje loont. Ik kan er best van genieten en krijg alweer een kleur, alsof ik regelrecht uit de sahara kom… José zegt altijd, dat ik maar even naar de zon hoef te kijken om bruin te worden.  
We fietsten een keertje naar Raamsdonk en een paar keer naar de Biesbosch bij  Hank. Zonder ons kopje koffie of kersenhofke, want de horeca kan nog nergens open. Dus nemen we zelf maar ons rugzakje mee van huis. Een flink rondje dat laatste naar Hank en daar de biesboschfietspaden op. Doodzonde was het,  dat die mooie griendwerkershut in – ik dacht- de nathalspolder, in brand bleek te zijn gestoken. Hij stond er allesbehalve rooskleurig bij. Wat hebben ze toch aan dat misselijk soort vandalisme. We hebben er ons maar niet door uit het veld laten slaan en er toch op een bankje ons flesje water gedronken en een lekker worstenbroodje gegeten.
We kregen ook weer een foto van onze mooie dame Robyn toegestuurd. Hard thuis aan het studeren, zoals je ziet. En wat dacht je van Croky onze huiskat. Die geniet van het lekkere weer en ligt languit op de rugleuning van de bank, als hij niet buiten is. Van mij mag het weer zo blijven tot eind september of zoiets.
Ik ben ook weer een aardig stuk gevorderd met mijn genealogisch onderzoek en het op orde brengen van het uitgebreide familiearchief. Ook nog steeds in overleg met Guus van het Centraal bureau voor genealogie over ons familiewapen en met onderzoeker Wim Deliën over de afstamming van de Giselberten van Tilburg. Ook nog snel een mail in het Frans naar Nodebais gestuurd. Een taaie kluif blijkt dat.
Tussendoor af en toe nog eens een artikeltje geschreven voor De Langstraat en mijn dagen waren weer aardig gevuld.Ik heb het gewoon druk.
Het weekendbericht is de afgelopen keren toch best uitgebreid geweest. Dit keer houd ik het wat korter. Ook wel eens leuk, denk ik.
(Bron: familiearchief f. van son)