Woensdag was het 1 april. Die datum staat met hoofdletters in mijn herinnering gegrift. Op die datum in het jaar 2004 lag ik al vroeg op de dag op de O.K. in de Klokkenberg in Breda. Toen een heerlijk rustgevend ziekenhuis midden in de natuur. Nu is het zowat volledig omgevormd tot een prettige woonplek voor mensen die een zakcentje over hebben.
Ik kan me die 1e april nog herinneren als de dag van gisteren. Met vier mensen op een kamer. Keek je uit het raam, dan zag je vaak reetjes of hertjes, -ik ken het verschil niet- , dartelen of hazen en konijnen. Daar had ik toen geen oog voor die ochtend. Ik moest een open hartoperatie ondergaan, nadat ik op 16 maart op een avond twee maal een hartinfarct kreeg. Waarom niet eerder opereren dan? “Dat zou als snijden zijn in nat karton”, zo verklaarde hartchirurg Pieter Eggen ons tijdens de eerste controle. Er werden bij mij liefst zes omleidingen aangebracht, nu 22 jaar geleden. Ik was zenuwachtig en en bang voor die operatie. Na afloop moet ik vrij snel bij zijn geweest. Ik hoorde heel hol diverse bliebjes en een stem die zei “…..lekt”. Het nummer dat op de puntjes hoort, ben ik helaas vergeten. Ik werd weer wakker op mijn kamer. ’s Avonds kwam een arts en verpleegkundige aan het bed en die lieten weten, dat mijn hart nog niet regelmatig was. Zou dat ’s nachts niet veranderen, dan moest morgen weer even ingegrepen worden. De schrik sloeg me om het hart. ’s Nachts kwam een verpleegster aan mijn bed en we hebben gepraat. Dat staat me helder in mijn herinnering gegrift. Maar die ochtend bleek alles in orde. Toen ik mijn verhaal over het fijne gesprek met de verpleegster vertelde, bleek er ’s nachts geen vrouw in dienst te zijn geweest…. Toen wist ik in dankbaarheid weer genoeg. Mijn steun en toeverlaat op wie ik altijd rotsvast vertrouw, had mij en mijn hart tot rust gebracht.
Op 9 april mocht ik al naar huis. Maar dat was een vreemde gewaarwording. Op weg naar huis leken de kleuren veel scherper en feller dan in mijn herinnering. Ik was nog erg zwak en moest vaak rusten. Als ik thuis de trap op wilde, wist ik in het begin niet welke voet ik het eerst op de onderste trede moest zetten. Het leek alsof ik als het ware gereset was.
Ik knapte op mede dankzij de goede zorgen van José. Het vervolg ken je: een jaar of acht later begon het hartfalen, dat gaandeweg steeds verergerde. Ik heb een ritmestoornis en in de afgelopen tien jaar is mijn hart diverse malen onder narcose weer op de rit gezet tijdens een cardioversie. Nu blijkt mijn hart gelukkig toch sterker dan gedacht en kan ik ook dit jaar die eerste april weer zien passeren.
Be- en verwondering
De Artemis II werd in de nacht van woensdag op donderdag vanaf wat vroeger ‘Cape Canaveral’ heette, gelanceerd met vier astronauten aan boord. Op weg om de capsule voor een vlucht rond de maan te sturen. Dat bericht en de beelden op TV deden mij terugdenken aan vroeger. Op 21 juli 1969 was de eerste maanlanding. Ik weet nog, dat wij toen kampeerden aan het Zilverstrand in Mol in België. Van een bevriend stel mocht ik -gebiologeerd van ruimtevaart-, op een klein zwartwit televisietje in een zomerhuisje de maanlanding bekijken. ’s Nachts rond een uur of vier onze tijd. Het was wereldnieuws en de aandacht voor de bemande ruimtevaart was toen immens. Ik was geïnteresseerd in de ruimtevaart, had contacten bij NASA gelegd, het Amerikaanse lucht- en ruimtevaartbureau, dat mij op verzoek veel informatiemateriaal stuurde. Enkele jaren later ging ik op mijn brommertje, -een kaptein mobylette- zeker elk weekend, vaak ‘s avonds en ook in de vakanties naar de volkssterrenwacht Simon Stevin in Hoeven; -inmiddels verdwenen-. Daar gaf ik als vrijwilliger rondleidingen, toonde er met de telescoop aan publiek zonnevlekken en werd ook ruimtevaartmedewerker. Ik gaf er met veel plezier uitleg aan volle zalen over de maanlandingen. Dagblad De Stem en de NRC hebben daar toen nog aandacht aan besteed. Voor veel belangstellenden legde ik aan de hand van een maquette die tegen het plafond was aangebracht, de maanreis uit. En besprak aan de hand van kleine maquettes de maanlander en de reuzen Apollo-raket. Ik luisterde er naar geluiden uit de ruimte in de radiokamer. Maar dat was hobby en vrijwilligerswerk. Zo’n rondleiding gaf ik bijvoorbeeld ook toen de toenmalig BN-er Henk Terlingen (‘Apollo-Henkie’), de sterrenwacht bezocht. Je denkt als je ouder bent, zoals ik, vaker aan wat je vroeger meemaakte. Mijn herinnering laat met gelukkig nog niet zo vaak in de steek.
Terugkijken is leuk, maar ik kijk op dit moment ook graag vooruit. Naar de dag waarop ik 75 hoop te worden bij voorbeeld. Nooit verwacht en misschien toch gekregen. En intussen volgde ik het verkeersexamen van de kleinkinderen, de sponsorloop van Luuk, het verjaardagslijstje van Sven, de prachtige cijfers die Robyn boekt op de middelbare en ben ik er absoluut niet bang voor, dat Anouk geen middelbaar diploma zal halen. En Youri, die gaat na dit jaar ook naar de middelbare. Hij heeft er wel zin in, want de basisschool is hij eigenlijk wel een beetje beu, ontgroeid, zou je ook kunnen zeggen.
En zo gaat alles zijn gangetje en ik mag erbij zijn; nog altijd!
(Bron: familiearchief f. van Son).









