De eerste volle week weer thuis na onze vakantie. Het leven is intussen ook hier gewoon weer doorgegaan. De jongens kwamen eten maandag, dinsdag hadden we een medische afspraak, dinsdag en donderdag ging ik -na enkele weken- weer naar de fysio en donderdag kwam de pedicure. Gisteren ben ik bij mijn speciale kleermaker een paar nieuwe broeken gaan laten aanmeten. Over een handvol weken zijn die klaar. En tot slot is het zondag nog vaderdag ook. Geen cadeautjes hoor! Wij zijn bij thuiskomst door onze (schoon)kinderen al meer dan genoeg verwend!
Vakantie
We waren op vakantie en ik wil er nog twee dingen graag uitlichten. Ik bereid onze vakanties traditiegetrouw altijd goed voor: kijken wat er in de regio te zien is en informatie nazoeken. Ook deze keer.
Romeinse resten
Zo maakten we een dagtripje naar Autun. Dat stadje heette in de Romeinse tijd Augustodunum. Het was een van de belangrijkste Romeinse steden in Frankrijk. De stad werd rond 15 v.Chr. gesticht door keizer Augustus om de macht van Rome in Gallië te tonen en kreeg de bijnaam het "Tweede Rome". Er bleef een aantal Romeinse bezienswaardigheden bewaard, zoals de resten van het grootste Romeinse theater buiten Rome. Er konden ooit 20.000 toeschouwers in. Maar er bleef meer bewaard zoals de tempelruïne, gewijd aan de Keltisch-Romeinse god Janus. Ook zijn er nog resten van twee stadspoorten, de porte Saint-André en porte d'Arroux. Ze zijn nog steeds in gebruik als verkeersdoorgang. Even buiten de stad ligt dan nog de Pyramide de Couhard. Het is een ietwat mysterieuze, 27 meter hoge stenen piramide die diende als Romeins grafmonument. Ook heeft Autun dan nog resten van de vroegere stadsmuren uit latere periode. De moeite waard dus voor ons En wat zo fijn is: je kan zo de plaats van het amfitheater zo bezoeken. Je rijdt gewoon met de oude boven de resten en kan er naar hartenlust fotograferen. Entree heffen? Daar doen ze niet aan. De poort staat voor iedereen open.
Veel Merovingisch
De middeleeuwen zijn mijn favoriete tijd. Dus kon ik Curtil-sous-burnand in de heuvels tussen Cluny en Chalon-sur-Saône niet links laten liggen op onze vakantie in Zuid-Bourgondië. Archeologen ontdekten daar in 1948 bij la Croix de Munot een Merovingische begraafplaats uit de VI en VII eeuw. Je kan er nog steeds iets van bewonderen. Onder een houten afdak en voorzien van een verklarende plaquette vind je nog steeds twee stenen sarcofagen en resten. En ook hier geldt: aan entree heffen doen we niet. Het ligt er zo, midden in het glooiende landschap aan een smal weggetje. Je kan er o naar toe lopen, de glooiende heuvel op. Er is veel Merovingisch gevonden in die omgeving. In de Vroege Middeleeuwen woonde namelijk in de buurt van Le Petit Munot een groep van zo’n honderd mensen van Gallo-Romeinse afkomst. Het oude Romeinse Rijk is in elkaar gestort en de Bourgondiërs bezetten het gebied. De kleine groep van Le Petit Munot leeft eerst onder het bewind van de Bourgondiërs en vervolgens, na de veroveringen van Chlotarius de Eerste (zoon van Clovis I en Chlotilde van Bourgondië), onder de Franken. Hij die necropolis, (of liever grote oude begraafplaats), is bij opgravingen zowel invloed van de culturen van de Bourgondiërs als van Franken gevonden. In november 1948 ontdekt de archeoloog Marcel Lafond bij la Croix de Munot een eerste gewelf in het landschap, het is gemarkeerd door stenen aan het grondoppervlak met daaronder een perfect bewaard gebleven skelet. Bij dit skelet lagen voorwerpen die kenmerkend zijn voor het Merovingische tijdperk: een mes, een scramaasaxe (een mes als alledaags gereedschap of als wapen) en een gespplaat. Tot aan 1959 werd een systematisch zoektocht uitgevoerd. In die jaren werd een grafveld van 125 meter lang en 50 meter breed opgegraven en werden meer dan 400 graven ontdekt. Er werden er 402 geïnventariseerd. De Merovingers hebben in het gebied Saône-et-Loire veel meer sporen nagelaten. Ze vestigden zich in de vallei van Grosne en Guye door grote landgoederen uit de Gallo-Romeinse tijd in beslag te nemen. In Bonnay, dat er in de buurt ligt, zijn eveneens overblijfselen uit deze periode gevonden. Begraafplaatsen uit de Merovingische tijd werden ontdekt bij de zuidelijke ingang van Besanceuil (Le Mouillot) en dicht bij de kerk van Saint-Hippolyte (nu een ruïne) werd een trapeziumvormige Merovingische sarcofaag gebruikt als waterbak. Ook in het gehucht Saint-Léger, vlakbij Château, werd een Merovingische sarcofaag hergebruikt als drinkbak. In de steengroeve van La Lie werden diverse sarcofagen uit deze periode gevonden. Naast de kerk van la Montagne le Dun kun je zo’n sarcofaag nog zien staan. De Gallo-Romeinse begraafplaats van Mont (Cortevaix) wordt in de 6e eeuw hergebruikt door de Merovingers. In 1952 brengen opgravingen ten zuiden van de Grand Creux deze Gallo-Romeinse en Merovingische begraafplaats aan het licht, evenals een crematiekuil. Crematiegraven dateren uit het midden van de 2e eeuw onder het Hoge Romeinse Rijk. En ook nog in Blanot is er tijdens de Merovingische periode al bewoning, in de buurt van de kerk is een necropolis met graven uit de 6e-7e eeuw gevonden. In Brancion bevestigen teruggevonden graven bij de kerk dat in de 6e eeuw de Merovingers al op deze plek woonden. De oudste delen van het château Pierreclos staan op de plaats van een oude heidense necropolis, die omsloten was door een stenen muur. En of dat niet genoeg is; ook in Suin zijn opgravingen gedaan die getuigen van de aanwezigheid van Merovingers. Oorspronkelijk is de naam van Suin ‘Sedunum’, een Keltisch woord voor ‘versterkte heuvel’. Onder de Merovingers behoort Suin tot Pagus Cabillonensis (Pays de Chalon). Leuk om te weten, waar je naar kijkt, vind ik. Wij zijn namelijk niet zulke strandliggers of zonaanbidders.
(Bron: familiearchief f. van Son)


















