Als de voortekenen niet bedriegen, dan gaan de paters in Meerseldreef de taveerne daar onder handen nemen. Er moet volgens hen veel gebeuren aan het gebouw en er gaan zelfs verhalen over moderniseren. Dat woord past niet bij de ziel en de klanten uit vele windstreken, die dagelijks gebruik maken van de Taveerne en speeltuin de Zevenster. De naam is ontleend aan de zeven smarten en vreugden van Maria. Het ademt ongewild nostalgie. Gaan de paters in Meerseldreef zich in de vingers snijden?
Van toepassing
De historische betekenis van het woord Taveerne voor de gezellige en gemoedelijke horecagelegenheid met aangepaste prijzen, is duidelijk van toepassing. Het woord Taveerne komt van het Latijnse taberna (winkel of hut). Vroeger was het vaak een gezellige ontmoetingsplek voor reizigers en buurtgenoten. En laten we eerlijk zijn, dat is het in Meerseldreef, -gelegen tegenover de Mariatuin-, nu nog. De buurtgenoten komen na de mis een bakske drinken met een appelflap of stukje gebak om er vervolgens nog wat geestrijk vocht aan toe te voegen soms.
Reizigers
Het zijn niet enkel buurtgenoten, maar ook reizigers. Het staat er vol met fietsen en auto’s uit Nederland en België. Fietsend langs de rivier de Mark komen er velen langs de speeltuin de Zevenster met Taveerne. Een opsomming van die vele, vaak ook vaste klanten: ‘rij-er-is-uit’ die een uitje hebben, een eenzame fietser, een gezelligheidsfietsclubje uit Hooge Zwaluwe dat er komt lunchen, pelgrims en mensen die innerlijke rust zoeken, die na een bezoek aan de Mariatuin oversteken naar de Taveerne, die gevestigd is in een gebouw dat ademt, dat het vroeger zeker in gebruik was bij de paters. En wat te denken van de groepen wielrenners die op hun tocht er de inwendige mens komen versterken en hun bidons met water vullen. En de touringcars die de Taveerne als tussenstop gebruiken voor een sobere prijsbewuste lunch bij voorbeeld. De rijen bordjes en kop en schotels staan op de tafels vaak al op hen te wachten. Of wat te denken van de ouders of grootouders die met kinderen of kleinkinderen in de speeltuin neerstrijken, ook bij minder goed weer, en in de Taveerne iets komen drinken en een broodje of snack eten. En de bezoekers van de rommelmarkt die in de zomermaanden elke zondagochtend in het dorp wordt gehouden. Velen komen voor een hapje en drankje naar de Taveerne.
Waarom
Waarom is die Taveerne zo’n echte gezellige en gemoedelijke pleisterplaats voor velen. De uitbaters hebben daar een flinke tijd aan moeten werken, maar zijn er door klantgerichtheid, service, gemoedelijkheid en aangepaste prijzen in geslaagd een rustplaats te creëren. Het gebouw zelf heeft daar een niet onaanzienlijke bijdrage aan geleverd. Vele religieuze uitingen en kruisbeelden, heiligenbeelden onder een glazen stolp en nog veel meer hangen tegen de muur of staan boven de ouderwetse toog te pronken. Het nodigt nieuwe klanten uit om een paar foto’s te maken, voordat ze iets bestellen. Geen culinaire hoogstandjes moet je verwachten, maar vooral met liefde en aandacht gemaakte belegde stokbroodjes of sandwiches, zoals ze er de cadetjes en puntbroodjes noemen. Ook zijn er wat meer luxe broodjes, wafels al dan niet met slagroom en kersen of aardbeien en een appeltaartpunt te bestellen voor wie naast een keur aan drankjes nog iets zou willen eten. Of een frietje met of een vaak zelf bedachte ‘daghap’ of zelfgemaakte soep. Geen volledig diner moet je er verwachten, maar daar zit geen klant van de Taveerne op te wachten. De huidige entourage heeft een ziel, ademt de sfeer van nostalgie en gemoedelijkheid en een zweem van Bourgondisch genieten. De uitbaters en hun bedienend personeel staan bol van invoelend vermogen en service aan de klant.
Moderniseren
Er schijnen bij de paters stemmen op te gaan om het gebouw te moderniseren. Er zou ook wat gesloopt moeten worden. Doodzonde. Daarop zit geen van de klanten te wachten. Als de taveerne geruime tijd dicht zou moeten, dan is het met de pelgrimage gedaan in Meerseldreef. De ouders met kinderen blijven weg uit de speeltuin waar geen drankje of ijsje meer te krijgen is; de kerkgangers en buurtgenoten lopen met hun ziel onder de arm en de groepjes met wielrenners verleggen hun route. Dan is het gedaan! En de klanten komen niet meer terug. Meerseldreef zal Meerseldreef niet meer zijn.
Nadenken
Zouden de paters dat als eigenaar niet beseffen? Naar verluid moeten de uitbaters hun met veel ‘goodwill’ opgebouwde horecagelegenheid eind deze maand verlaten hebben, de klanten dolend achterlatend. Voor ons zou dat betekenen, dat José een plek waar zij na haar herseninfarct rust vindt, kwijt zou zijn. Genoeg horeca over? Nee hoor, niet zoals de taveerne in den Dreef. Misschien een beetje oubollig en ouderwets in de ogen van de moderne tijd, maar niet voor de vele klanten van velerlei pluimage.
Opknappen
Knap de zaak op waar dat nodig is en houdt verder de sfeer overeind, zo zou ik de paters voor willen houden. Behoud deze uitbaters, die precies aanvoelen waarop de klant zit te wachten. Ook bij ons gaat door ons hoofd dat het nog maar helemaal de vraag is, of we op ons geliefde plekje voor een bakske, tonic of ‘bruiswater’ en nu en dan een wafel en een ‘sandwich bal uit de jus’ straks nog terecht kunnen. Als ik eerlijk ben, dan denk ik dat het heel moeilijk -zo niet haast onmogelijk- zal zijn om een vergelijkbare, sfeervolle en gezellige horecagelegenheid te vinden. Dat geldt ook voor die oudere mensen, die doordeweeks en ook na de wekelijkse zondagsmis neerstrijken voor een appelflap en koffie of thee, gevolgd door nog een bakske of geestrijker versnapering en een hapje.
Ik denk dat de paters van de in Duitsland gevestigde orde, zich met hun (ver)bouwplannen flink in de vingers gaan snijden. De schare klanten en bezoekers is niet voor vernieuwing en ook bussen met bedevaartgangers, de fietsende racegroepjes en de vele bezoekers van speeltuin de Zevenster zitten daarop niet te wachten als ze dan niet meer bij de hun vertrouwde ‘bij de paters’ terecht kunnen. Dat zou doodjammer zijn.
‘Ze komen na modernisering wel terug’, hoor je de paters denken. Vergeet het maar. Een periode van sluiten betekent de doodsteek.
(Bron: familiearchief f.van son)





