Ik zag hem een klein
koffertje dicht maken en op slot doen.
Hij pakte het keurig
aan het handvat op en ging naar Oma José. “Ik ga naar mijn werkje”, meldde hij
uiterst serieus. Natuurlijk speelde oma het spelletje mee. Youri moest wel
eerst zijn jas aan, want anders zou hij misschien verkouden worden. Hij liet
zich gemakkelijk in zijn jas helpen en wilde naar de voordeur. “Nee, doe maar
achterlangs”, zei oma in de wetenschap dat de poort op slot was. Het spel ging
gewoon door. Als je vanaf je stoel
zoiets kan bekijken, dan krijg je toch een warm gevoel. Ik wel in elk geval. Ik
geniet daarvan. Ook als hij zingend in zichzelf aan tafel zit te puzzelen. Je
hoort liedjes de revue passeren die hij geleerd heeft; hij combineert ook nog
enkele liedjes en komt dan vertellen dat er een draak was in de Efteling. Hij
is plezierig bezig, als je hem met rust laat. Zo ook bij Cas, nu
hij zo gemakkelijk zijn woordenschat aan het uitbreiden is, lettend op elk
commentaar of applausje; koe ‘boe’ uitroepend als hij een koe op TV ziet en ‘Mêe’
als hij een schaapje ziet in een puzzel, zo jong als hij is. Robyn is al een
stapje verder en vraagt overal naar het waarom en van Emma kan je echt merken
dat zij een dametje aan het worden is met een duidelijk eigen willetje. Genieten!
Als ouders veel met
hun kind bezig zijn, dan groeit zo’n kind op en leert spelenderwijs steeds meer
van hoe het er in de maatschappij van nu aan toe gaat. Of hoort te gaan. Ik merk op school dat
steeds meer ouders het woordje “nee” uit hun vocabulaire hebben geschrapt. Nee
wordt nauwelijks meer gebruikt, want dat leidt tot ergernis bij de jongere en
zorgt voor problemen thuis. Die hebben veel ouders liever niet, zo lijkt het. Dat moet school maar
oplossen, is een veel gehoorde kreet. Alsof de school kan rechttrekken wat er
in gezinnen krom wordt gemaakt. Kinderen krijgen is ook voor ze zorgen en ze
opvoeden. Dat houdt in dat je probeert om je kinderen te letten en te corrigeren als dat nodig is, en verder aan de
hand neemt of ze begeleidt op hun lange weg naar een zinvol lidmaatschap van
onze maatschappij.
Nee. Dat is niet
makkelijk. Dat weet ik ook wel. Wij hebben ook vijf kinderen groot gebracht.
Maar je mag best weten dat ik eigenlijk apetrots ben, als ik mijn kleinzonen en
dochters bezig hoor met wat later ook voor hen normaal en belangrijk kan zijn. Je wil toch het beste
voor je kinderen en kleinkinderen. Zou dat misschien tegenwoordig voor minder
ouders gelden, dan ik eigenlijk verwacht? Vaak stokt de leiding en begeleiding,
zo merk ik op school. Kan je dat de kinderen aanrekenen?
(Bron: familiearchief
f.van son; kleinkinderen).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten